Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ellende onderscheiden; ze draagt geen physisch, maar een •ethisch karakter; zij is overtreding van Gods gebod en verbreking van zijne gemeenschap. Daarom kan die gemeenschap alleen van Gods zijde, in een bepaald punt des tijds, weder worden aangeknoopt , de genade neemt van het eerste oogenblik harer openbaring af den vorm aan van een verbond, dat niet door een natuurproces, maar door eene historische daad ontstaat en daarom aan eene rijke historie van genade het aanzijn geeft.

Reeds terstond na den val neemt dit verbond der genade een aanvang. Wanneer de uitdrukking: ten dage, in Gen. 2 :17, in letterlijken zin wordt verstaan, is de gedreigde straf blijkbaar toen niet ten volle uitgevoerd, want Adam en Eva zijn niet op den dag hunner overtreding gestorven, maar hebben daarna nog vele jaren geleefd. W are de volle straf op de zonde terstond voltrokken, dan zou in het eerste menschenpaar geheel het menschelijk geslacht vernietigd, de aarde verwoest en de kosmos weer tot den chaos of het niet teruggekeerd zijn. Maar dan zou satan de overwinning behaald en God de nederlaag geleden hebben. Daarom treedt er terstond na den val een ander beginsel in werking, dat de zonde beteugelt, bestrijdt en overwint. Niet alleen wordt de straf niet aanstonds ten volle toegepast; maar die straf, welke toegepast wordt, doet tegelijk ook als een zegen dienst. Alwat er bij de eerste ontmoeting van God met den gevallen mensch plaats grijpt, is bewijs van zijn toorn en tevens openbaring van zijne genade.

Zoodra Adam en Eva het gebod Gods hadden overtreden, werden hun beider oogen geopend en werden zij gewaar, dat zij naakt waren, Gen. 3:7. De belofte der slang werd daarin vervuld, doch op eene gansch andere wijze, dan zij verwacht hadden. Hunne oogen werden geopend, maar om te zien het kwaad, dat zij bedreven, ■en de straf, die zij zich waardig hadden gemaakt, en zij begonnen zich te schamen over hunne naaktheid. Schaamte is een onaangenaam gevoel, dat ons na het verrichten van iets verkeerds of iets onbehoorlijks bekruipt, en vooral in vrees voor schande bestaat. Opmerkelijk is het nu, dat deze schaamte bij Adam en Eva terstond op hunne naaktheid betrekking heeft, en hen uitdrijft, om deze door saamgehechte vijgenbladeren te bedekken. Maar zij heeft toch eene historische en ethische oorzaak; schaamte valt niet in dieren en ook nog niet in jonge kinderen, doch kan eerst dan ontstaan, als de tegenstelling van welvoeglijk en onwelvoeglijk, van schoon en leelijk, van goed en kwaad tot ons bewustzijn gekomen is. Bij

Sluiten