Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eerste menschenpaar had dit plaats door de overtreding van Gods gebod ; hunne oogen werden geopend voor hetgeen zij pas geweest waren en moesten zijn, en hetgeen zij nu feitelijk geworden waren door de zonde. Zij voelden zich niet vrij meer tegenover elkander, zij durfden elkander niet meer in de oogen zien; zij werden gewaar, dat zij naakt waren; de onschuld was weg, en het schuldgevoel openbaarde zich het eerst in hun schaamtegevoel»). Dat het schaamtegevoel over hunne naaktheid bij Adam en Eva een ethischen oorsprong had, wordt voorts nog daardoor bewezen, dat het schuldbesef zich ook nog op eene andere wijze bij hen openbaart, n. 1. in vreeze voor God. Toen zij de stem des Heeren hoorden, verbergden zij zich voor zijn aangezicht in het midden van het geboomte des hofs, Gen. 3:8. Zij voelden zich tengevolge van hunne overtreding onvrij tegenover elkander, maar nog veel meer beschaamd tegenover Hem, die hun het gebod gegeven had. Het geweten is in hen ontwaakt, het besef, dat zij gezondigd hebben en straf hebben verdiend. En dat geweten laat hun geene rust, het drijft hen niet naar God heen, maar van Hem weg; het doet hen vreezen, vluchten en zich verbergen voor zijn aangezicht. Schaamte over hunne naaktheid en vreeze voor God vinden beide haar oorsprong in de overtreding van de Goddelijke wet, en zijn een bewijs, dat hunne onderlinge gemeenschap zoowel als die met God door de zonde verbroken is.

Maar tegelijk toonen zij toch ook, dat de mensch niet verstokt of verhard is, dat hij geen duivel geworden, maar mensch gebleven is. Met de engelen is het zoo, dat zij, vallende, ook in eens vallen ter helle toe, Jud. 6 ; ze zijn terstond verstokt in het kwaad en onverlosbaar. Maar de mensch is zóó geschapen, dat hij, vallende, toch nog weer opgericht kan worden; hij blijft vatbaar voor verlossing. God houdt de volle doorwerking van het beginsel en de macht der zonde in den mensch tegen. Meer nog, God tiekt zich na den val niet terug en laat ook dan den mensch geen oogenblik los. Als terstond na de overtreding schuldgevoel, schaamte en vreeze in den mensch ontwaken, dan is dit alles reeds eene werking van

i) Over de evolutionistische verklaringen van het schaamtegevoel zijn te raadplegen Darwin, The expression of the emotions in man and animal. London 1872. Eavelock Ellis, Geschlechtstrieb und Schamgefühl. Leipzig 1900. C. Méhnand, Wetensch. Bladen Nov. 1901 bl. 220—234. Wynaendts Francken, Ethische Studiën. Haarlem 1903 bl. 110—128.

Sluiten