Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor, en spreekt 6:7, 8:1, van het verbond, dat door Israël overtreden is. De profeten zijn niet de stichters van eene nieuwe religie geweest, maar staan met het volk op denzelfden grondslag des verbonds, en roepen het daarom tot boete en bekeering. En niet alleen leidt Israël zijne historie altijd tot de aartsvaders en het land van Syrië en Egypte terug, Deut. 26 : 5, Hoz. 12 :13; maar met name is de bondssluiting aan den Sinaï de grondslag, waaropheel Israels religie berust. Vandaar, dat velen, die overigens het beginsel der nieuwere critiek aanvaarden, toch de geschiedkundige' realiteit van Mozes' persoon en werk handhaven 1).

Bij het onderzoek naar de beteekenis van het verbond onder Israël is echter de hoofdvraag niet deze, of het daarvoor gebezigde woord rv-= oorspronkelijk verbond, dan wel inzetting beteekende. Sommigen, zooals Delitzsch, G-esenius, Dillmann, Schultz, Oehler, Wellhausen, Gruthe, Bredenkamp, König, Cremer, zeggen het eerste, nemen dan als tweede beteekenis die van verbondsvoorwaarde aan, en laten het zoo overgaan in de beteekenis van inzetting, wet, wijl eene wet in den weg des verbonds rechtsgeldigheid verkrijgt. Anderen, zooals Hofmann, Buhl, Friedrich Delitzsch, Orelli, Strack, Siegfried, Stade, Nowack, zijn van meening, dat bepaling, inzetting de oudste beteekenis is, en dat deze langzamerhand in die van verbond overging, omdat de wet eene wederkeerige verhouding regelt. De gegevens der Schrift stellen ons niet in staat, om tusschen deze beide gevoelens met eenige zekerheid uitspraak te doen, en den overgang van de eene tot de andere beteekenis historisch aan te wijzen; nu eens overweegt deze, dan die beteekenis, zonder dat men daarbij oudere of jongere bronnen onderscheiden kan.

Het begrip van n-12 is dan ook anders te bepalen. De afleiding verspreidt hierover weinig licht. Volgens de meesten komt het van rrta, snijden, en wijst zoo terug op de oude Oostersche gewoonte, om bij eene bondssluiting tusschen de tegenover elkander gelegde stukken van geslachte dieren door te gaan, ter aanduiding daarvan, dat gelijk lot als deze dieren den verbreker van het verbond mocht treffen, vandaar r-" . oqxiu xsfiveiv, foedus ferire, cf. Gen. 15:

') Zoo niet alleen Lotz, Vos, Davidson, maar ook Giesebrecht, t. a. p., König, Gesch. des Reiches Gottes bis auf Jesus Christus 1908 bl. 62 v. Id., Die religionsgesch. Bedeutung der Patriarchen, Glauben und Wissen 1900 bl. 361 377. Max Löhr, Altt. Religionsgesch. 1906 bl. 30. 32. Wildeboer, Het Oude Test. van hist. standpunt toegelicht 1908 bl. 59 enz.

Sluiten