Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8v., Jer. 34:19 ; volgens anderen komt het van een Assyrischen stam, die binden beteekent 1). Hoe dit ook zij, uit Gen. 21:22v., 26:26v., 31:44v., blijkt duidelijk, dat er tot een mis drie dingen behoorden, een eed of belofte, die de overeengekomen bepalingen inhield; een vloek, die de Goddelijke straf inriep over den verbreker; en eene cultische ceremonie, die den vloek zinnebeeldig voorstelde. De sluiting van een mis was dus altijd eene religieuze handeling. Wel was het woord eerst gebruikelijk op profaan gebied van bepalingen en verdragen tusschen menschen. Lang voordat God met Noach en Abraham zijn verbond opricht, waren er al verbonden tusschen menschen opgericht. En dit moest ook zoo zijn, als Noach, Abraham, Israël de religie als een verbond zouden begrijpen en waardeeren. Daarom komt het woord ook nog niet in Gen. 3 :15 voor. Eerst toen in de zondige, leugenachtige menschelijke maatschappij telkens ter verdediging of verkrijging van eenig goed verbonden noodig werden, kon de beteekenis en de waarde van een verbond worden ingezien en de religie onder dit gezichtspunt worden opgevat. Doch ook al wordt ;—s eerst van menschelijke verbonden gebezigd, het duidt toch altijd eene religieuze handeling aan. De hoofdzaak in mis is niet, of het een verbond of eene inzetting aanduidt; maar het geeft in het algemeen te kennen zulk eene belofte, overeenkomst, verdrag, verbond, bepaling, beschikking enz., welke door eene plechtige ceremonie onder Gods hoede gesteld wordt en zoo een karakter van onverbrekelijkheid verkrijgt 2).

Of mis meer een tweezijdig verbond of eene eenzijdige beschikking aanduidt, hangt niet van het woord noch ook van de historische ontwikkeling van het begrip af, maar wel eenvoudig van de partijen, die er bij betrokken zijn. Naarmate eene van beide partijen ondergeschikter is en minder te zeggen heeft, krijgt het min onwillekeurig het karakter van eene beschikking, die door de eene partij aan de andere opgelegd wordt; min wordt dan synoniem met p'n, Ex. 34:10, Jes. 59:21, Jer. 33:20, 31:36, 34:13, en mis nis wordt niet alleen met Eï' en ■pi, maar ook met b geconstrueerd, Jos. 9:6, Jes. 55:3, 61:8, Jer. 32:40. Als de overwinnaar met een overwonnene, of een koning met zijne onderdanen een mis

') Kraetzschmar, t. a. p. bl. 245. Davidson in Hastings D. B. I 509, die ook opmerkt, dat het woord wel 300 malen in het Oude Test. voorkomt. 2) Kraetzschmar, t. a. p. bl. 29. 30. 39—41.

Geref. Dogmatiek III. 14

Sluiten