Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmiddellijk in werking en was dus van den dood van den testamentmaker onafhankelijk. Daarentegen moest naar de Romeinsclie wet de uitvoering van de testamentaire beschikking wachten op den dood van hem, die het testament had gemaakt. Het Grieksche woord rha&rjxrj kon daarom gemakkelijk als vertaling van het Hebreeuwsche m-o dienst doen, want God had door het verbond aan zijn volk weldaden en goederen beschikt, waardoor het. bevoorrecht was boven alle volken der aarde 1). In deze beteekenis ging het woord over in het Nieuwe Testament; het komt hier, in vergelijking met het Oude Testament, betrekkelijk zelden, slechts 33 malen, voor, maar heeft op niet meer dan ééne plaats, Hebr. 9: yj beslist de beteekenis van testament, want de auteur zinspeelt 'hier op de Romeinsche wet, volgens welke een testament geene kracht heeft dan na den dood van den testamentmaker. In Gal 3 • 17 18 is de beteekenis van testament wel waarschijnlijk, maar de uitvoering ervan wordt toch niet met den dood van Christus in verband gebracht. In alle andere plaatsen is het, evenals zoo dikwijls in het Oude Testament, moeilijk uit te maken, welke beteekenis, die van beschikking of van verbond, den schrijvers voor den geest heeft gestaan. In het verbond der genade, dat God in Christus heeft opgericht, liggen ook beide elementen opgesloten. Opmerking verdient het ten slotte nog, dat onze Statenvertaling, evenals ook de Engelsche overzetting, het woord door verbond weergeeft, als er sprake is van het oude verbond met Israël, Luk. 1: 72, Hd. 3 : 25, 7:8, Rom. 9:4, 11: 27, Gal. 3 :15, 17, 4 : 24, Ef 2:12, Hebr. 9:4, en door testament, wanneer aan het nieuwe verbond met de gemeente van Christus wordt gedacht, Mt. 26 : 28, Mk. 14 : 24, Luk. 22 : 20, 1 Cor. 11: 25, 2 Cor. 3 : 6, (14), Hebr. 12:24, 13:20, ofschoon in dit laatste geval toch om voor de hand liggende redenen het woord verbond is behouden in Hebr. 7-22, 8: 6v., Openb. 11: 19. Aan dit verschil in vertaling ligt de gedachte' ten' grondslag, dat het begrip van verbond meer past op de bedeeling des Ouden, en dat van testament meer op die des Nieuwen Testament2). Nadat het verbond met het vleeschelijk Israël werd verbroken, is daarvoor in de plaats getreden het geestelijk Israël, dat naar Gods verkiezing vergaderd wordt uit alle volken,

1) Vos, bij Hastings, Dict. of Christ. I 374, die ook aanhaalt Ramsay, Expositor

Nov. 1898 bl. 321-330.

2) Verg. Bengel, op Matth. 27 : 28.

Sluiten