Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

amW-

den val bestaan en kreeg eene vaste gestalte in offerande, Gen. 3 : 3 „ebed en prediking, Gen. 4:26; de cnltnnr nam een aanvang me landbouw, veeteelt, stedenbouw enz. Gen. 4: 2 17 ; kuns en en wetenschappen kwamen tot ontwikkeling, Gen. 4 : 20v.

Maar deze eerste periode in de geschiedenis der menschheid 1: merkte zich ook reeds spoedig door de schrikkelijkste goddeloosheid corruptio optimi pessima; de buitengewone krachten en gaven werd in den dienst der zonde misbruikt. Met broedermoord werd deze periode ingeleid; de Kaïnieten scheidden van de Sethieten zich af leg den zich toe op de beheersching der aarde, Gen. 4 :20v„ eri zodr en bun sterkte in het zwaard, Gen. 4:24. Maar eerst toen Sethieten en Kaïnieten zich vermengden, steeg de goddeloosheid ten top; de boosheid was menigvuldig op de aarde; het gedichtsel der gedachten van 's menschen hart was ten allen dage alleenlijk boos, Gen. 6 .5 bet was eene periode zoo vol ongerechtigheid, als er later nooi ééne geweest is en alleen in de toekomst van den Zoon des, menschen terugkeeren zal, Mt. 24:37. In den geweldigen zondvloed gaat dit gansche geslacht onder, behalve Noach's gezin dat dan de oorsprong eener tweede menschheid wordt. De periode na den

vloed onderscheidt zich wezenlijk van de voorafgaande. Van Adam tot Noach droeg de natuur, de planten- en dierenwereld, de menschheid een geheel ander karakter dan na dien tijd. Krachtig en j van gaven voorzien, werd de wereld als het ware voor een tijd aan zichzelve overgelaten; maar het bleek spoedig, dat, als Go niet krachtig tusschenbeide trad, de wereld in haar eigen go e loosheid omkomen zou. Daarom begint er met Noach eene andere periode. De genade, die terstond na den val zich openbaarde, treed thans krachtiger op in de beteugeling van het kwaad. God slui formeel een verbond met al zijne schepselen. Dit verbond me Noach, Gen. 8:21, 22, 9 : 1-17, heeft wel in Gods genade zijn oorsprong; het staat ook met het eigenlijke foedus gratiae m het nauwste verband, omdat het dit draagt en voorbereidt; maar het is er niet identisch mede >). Het is veeleer een foedus longanimitatis, door God gesloten met alle menschen en zelfs met alle schepselen. De vloek over de aarde wordt er door beperkt; de natuur aan banden gelegd; haar verwoestende kracht beteugeld; het water wordt bedwongen in zijn ontzettend geweld; eene geregelde wisseling van jaargetij-

i) Oudere litteratuur over het Noachitisch verbond is te vinden bij M. Vitnnga, Doet. IV 286.

Sluiten