Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook Abraham roept tot een oprechten wandel voor zijn aangezicht, zoo is het ook God, die het volk van Israël verkiest, redt uit Egypte, zich aan dat volk verbindt, en nu ook op grond daarvan Israël als volk verplicht, om heilig te zijn en zijn volk te wezen. Het verbond op den Sinaï is en blijft in wezen een genadeverbond. Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb, Ex. 20 : 2, dat is de aanhef en de grondslag der wet, dat is het wezen van het genadeverbond. De Heere is Israels God vóór en afgezien van alle waardigheid van Israël en Hij blijft dat eeuwiglijk. Het is een eeuwig verbond, dat zelfs door geene zonden en ongerechtigheden van Israels zijde kan vernietigd worden, Deut. 4 : 31, 32 : 26v., Richt. 2 : 1, Ps. 89 : 1 5, 105 . 8, 111: 5, Jes. 54 : 10, Rom. 11:1, 2, 2 Cor. 1: 20.

De weldaden, door God in zijn verbond aan Israël geschonken, zijn dezelfde als die aan Abraham, maar nader uitgewerkt en gespecialiseerd. Reeds Gen. 3:15 bevat in kiem het gansche verbond en alle weldaden der genade. God verbreekt het verbond, door den mensch met Satan gesloten, zet vijandschap tusschen beide, brengt den mensch aan zijne zijde over en belooft hem de zegepraal over de vijandelijke macht. De ééne groote belofte aan Abraham is: Ik zal uw God zijn, en gij en uw zaad zult mijn volk zijn, Gen. 17 :8. En deze is de hoofdinhoud ook van Gods verbond met Israël. God is Israels God en Israël is zijn volk, Ex. 19 :6, 29:46 enz.; en daarom ontvangt Israël allerlei zegeningen, niet alleen tijdelijke, zooals het land Kanaan, vruchtbaarheid des huwelijks, een lang leven, voorspoed en welvaart, zege over de vijanden, maar ook geestelijke en eeuwige, zooals het wonen Gods onder hen, Ex. 29 : 45, Lev. 26 :12; de vergeving der zonden, Ex. 20 : 6, 34:7, Num. 14:18, Deut. 4:31, Ps. 32, 103 enz.; het zoonschap, Ex. 4:22, 19:5, 6, 20:2, Deut. 14:1, Jes. 63:16, Am. 3 :1, 2 enz.; de heiliging, Ex. 19:6, Lev. 11:44, 19:2, enz. Al deze weldaden worden echter in het O. Test. niet zoo klaar en duidelijk voor oogen gesteld, als in het N. Test. Zij zouden dan niet verstaan en in haar geestelijke natuur begrepen zijn. Het natuurlijke is eerst, daarna het geestelijke. Alle geestelijke en eeuwige weldaden zijn daarom onder Israël ingekleed in zinnelijke vormen. De vergeving der zonden is gebonden aan offeranden van dieren. Het wonen Gods onder Israël is gesymboliseerd in den tempel op Zion. Het zoonschap van Israël heeft in de eerste plaats eene theocratie, en de uitdrukking volk Gods niet alleen eene religieuze,

Sluiten