Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet door God konden worden meegedeeld. Maar zij ligt subjectief in de gesteldheid van het menschelijk geslacht, dat jnist als geslacht, behouden moest worden, en daarom langzamerhand voor het heil in Christus moest voorbereid en opgevoed wordenx). Daarom is Christus waarlijk het keerpunt der tijden, het kruis het middelpunt der wereldgeschiedenis. Eerst wordt alles naar het kruis heengeleid, daarna alles uit het kruis afgeleid.

Als dan ook de volheid des tijds gekomen is en Christus zijn Averk op aarde heeft volbracht, gaat het genadeverbond in eene hoogere bedeeling over. De geloovigen in Israël wisten wel, dat de Sinaietische bedeeling slechts tijdelijk was, en zagen daarom verlangend uit naar den dag des N. Verbonds. En Jezus en de apostelen, die zoo het O. T. lazen, zagen daarin hetzelfde genadeverbond met dezelfde weldaden, welke thans ten volle aan het licht traden. Oud en Nieuw Testament zijn in wezen één verbond, Luk. x ^ 79, Hd. 2 : 39, 3 : 25 : zij hebben één Evangelie, Rom. 1: 2, Cal. 3 : 8, Hebr. 4:2, 6, 2 Tim. 3 : 15 ; één Middelaar, n.1. Christus, die ook in de dagen des O. T. bestond, Joh. 1:1, 14, 8: 58, Rom. 8:3, 2 Cor. 8 : 9, Gal. 4 : 4, Phil. 2 : 6 enz., zijn middelaarsambt bediende, Joh. 8:56, 1 Cor. 10:4, 1 Petr. 1:11, 3: 19, Hebr. 13 :8, en de eenige Middelaar is voor alle menschen en in alle tijden, Joh. 14: 6, Hd. 4:12, 1 Tim. 2:5; één geloof als weg ter zaligheid, Mt. 13 :17, Hd. 10: 43, 15 : 11, Rom. 4: 11, Gal. 3 : 6, ', Hebr. 11; dezelfde beloften en weldaden van Gods gemeenschap, 2 Cor. 6: 16, Op. 21:3, vergeving en rechtvaardigmaking, Hd. 10: 43, Rom. 4 : 22, eeuwig leven, Mt. 22 : 32, Gal. 3 :18, Hebr. 9:15, 11:10 enz. De weg was dezelfde, waarop de geloovigen in O. en N. T. wandelden, maar het licht verschilde, waarbij zij wandelden 2). Daarom is er bij, de eenheid ook onderscheid. Oud N"ieiiw .Testament staan als verschillende bedeelingen van hetzelfde genadeverbond tegenover elkander als belofte en vervulling, Hd. 13:32, Rom. 1: 2, als schaduw en lichaam, Col. 2. 17, als letter, die doodt, en als Geest, die levend maakt, 2 Cor. 3: 6v., als dienstbaarheid en vrijheid, Rom. 8:15, Gal. 4 . lv., 22v., Col. 2 : 20, Hebr. 12 :18v., als particulier en universeel, Joh. 4 : 21, Hd. 10: 35, 14 :16, Gal. 4 : 4, 5, 6 :15, Ef. 2 :14, 3 : 6.

Het nieuwe in het Nieuwe Testament is dus het wegvallen van

x) Calvijn, Inst. II 11, 13, 14. 2) Calvijn, Comm. op Gal. 3 :23.

Sluiten