Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet deelachtig zijn. De Gereformeerden maakten met het oog hierop onderscheid tusschen een inwendig en een uitwendig verbond , tusschen verbond en verbondsbedeeling *), of tusschen een absoluut en een conditioneel verbond 8); zelfs gingen enkelen ) zoover, dat zü twee verbonden aannamen, het eene met de uitverkorenen en ware c/eloovigen, het andere met de niet oprecht geloovende, uitwendige leden der kerk, en daardoor het lidmaatschap der laatsten en hun

toegang tot het avondmaal trachtten te rechtvaardigen. Maar anderen*) kwamen terecht hiertegen op. Het verbond der genade is een; en de uit- en inwendige zijde ervan, sohoon hier op aarde nooit samenvallend, kunnen en mogen niet van elkander losgemaakt en naas elkaar gelegd worden. Er zijn zeer zeker kwade ranken aan den wijnstok er is kaf onder het koren, er zijn in een groot huis gouden en aarden vaten, Mt. 3:12, 13:29, Joh. 15 : 2, 2 Tim. 2 : 20 Maar ons

ontbreekt het recht en de macht, om tusschen beide scheiding te maken- God zelf zal dat doen in den dag des oogstes. Zoolang zij naar het'oordeel der liefde in den weg des verbonds wandelen, zijn zij als bondgenooten te beschouwen en te behandelen. Schoon met de foedere, zijn zij toch in foedere en zullen zoo eenmaal geoordeeld worden. Zi] zijn hier op aarde op allerlei wijze met de verkorenen verbonden; en uitverkorenen kunnen, wijl zij leden zijn der A mitische menschheid, als organisme niet anders onder>

hun Hoofd worden vergaderd tot eén, dan m den weg es

Ï^Kanttëekening der Statenver, op 1 Co, 7 :14. 1 Pet, 2:9. » Oec. f<t' LlWMwtlt^IhetnIdL2rbonds I 2. Alting, Theol. Catech. bl. 33.

Vni 7. Koelman, Historie der Labadisten bhƒ66

4 D7 v. Mi Vo, t a. p. bl. 12. 45. Stoddard, te Northampton bij Mumds,

) Blake bij V os • p . 171 q p-n Verliftnd©-

Works I 34. J. Schuts, Het verbond der genade verduis ,

.1 „„11799 7? Schutte, Tweetal verhandelingen Köoenz. „ng „V„ h« tod.g <"f %££ 'Hhtorie Labadisten bl. 96 v.

7,r, Ob., Sacia II c. 6. BrM, Bed. god.d.

* —1 to de H™' 937-v,re'

H. H. Kuyper, Hamabdil bl. 141 v.

Sluiten