Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

351. Het verbond der genade is ook daarin van liet werkverbond onderscheiden, dat het een middelaar heeft, die God en mensch niet slechts vereenigt, maar hen beiden vooraf met elkander verzoent en alzoo de gebroken gemeenschap tusschen hen herstelt. Ook met deze leer van een middelaarschap staat de H. Schrift niet alleen, maar wordt zij van alle zijden gesteund en bevestigd door de voorstellingen, die daarvan in de godsdiensten bij alle volken voorkomen. In het algemeen reeds hebben de woorden en daden van groote mannen voor het leven en de ontwikkeling der volken eene buitengewone beteekenis. Onder de geschiedvorschers bestaat er wel is waar groot verschil over de plaats, welke aan de groote mannen toekomt; terwijl sommigen in hen slechts doorgangsmomenten voor de idee of exponenten van de volksziel zien, schrijven anderen hun eene schoppende kracht en een alles beheerschenden invloed toe. Maar zonder twijfel is er hier wisselwerking ; de heroën in de geschiedenis zijn eenerzijds kinderen van hun tijd, en gaan er andererzijds boven uit en geven er eene andere richting aan. Elke overdrijving brengt daarom eene reactie mede; na Hegel komt. Max Stirner, na Marx komt Nietzsche, na Bentham en Mill komt Carlyle aan het woord »). Met name neemt in den godsdienst de persoon van den stichter en den middelaar eene breede plaats in. Middelaars tusschen den mensch en de Godheid, boden Gods, die zijne zegeningen en openbaringen tot de menschen brengen, en wederkeerig hun gebeden en gaven neerleggen voor zijn troon, komen in alle godsdiensten voor. Nu eens zijn het ondergeschikte goden of lagere geesten, dan weer zijn het menschen, die Gode gewijd, met zijn geest bezield, met bijzondere openbaringen begunstigd en met bovennatuurlijke krachten toegerust zijn; maar altijd staat er tusschen den mensch en de Godheid een ander in, die tusschen beiden de gemeenschap bewerkt en in stand houdt; het middelaars-

geloof is algemeen 2).

In de godsdiensten der verst afgedwaalde rassen, zooals bijv. bij de inboorlingen van Australië, de Indianen in Amerika enz., bewijzen de „medicine men" dezen dienst; in de godsdiensten van

>) Verg. mijne Wijsbeg. der Openbaring bl. 37 v.

2) Tiele, Inleiding tot de godsdienstwet.2 Amst. 1900 I 118. 151. II 102 v. Pfleiderer, Religionsphilos.3 1896 bl. 679—727. Ed. von Eartmann, Religionsphilos. I 122 v.

Sluiten