Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cyrus, verg. Jes. 45 :1, van de Assyrische koningen, Asurbanipal I, Merodach-Baladan, Asurbanipal II enz. wordt gezegd, dat met hunne regeering jaren van gerechtigheid en welvaart aanbraken. Evenals de goden, worden de koningen met den naam van auiTrjQ aangesproken en begroet; zoo Brasidas bij Thucydides, Philippus van Macedonië bij Polybius, de Ptolemeën en de Seleuciden, en vooral ook de Romeinsche Keizers, zooals Caesar, Augustus, Claudius, Vespasianus, Hadrianus enz. In verband daarmede krijgen ook de mythe van Hercules, de bekende uitspraak van Plato over den rechtvaardige in het zevende boek van zijne Hepubliek, en inzonderheid de vierde ecloga van Vergilius en de Sibyllijnsche boeken eene nieuwe beteekenis 1). Men kan niet zonder grond van een Unbewusst Weissagendes bij het Heidendom spreken; in zijne schoonste en edelste uitingen wijst het naar het Christendom heen 3). Jezus Christus is niet alleen de Messias van Israël, maar ook gelijk het in de Nederlandsche vertaling van Hagg. 2 : 8 staat uitgedrukt, de Wensch aller Heidenen. De vertaling moge hier onjuist zijn, want de zin van het oorspronkelijke is, dat de Heidenen, tengevolge van de beroering, welke de Heere onder hen aanbrengt, hunne schatten naar den tempel te Jeruzalem zullen brengen, opdat de Heere dezen met heerlijkheid vervulle; de gedachte, welke in de benaming: Wensch aller Heidenen, ligt opgesloten, is toch volkomen Schriftuurlijk; de Heidenen hopen op den arm des Heeren en de eilanden wachten op de onderwijzing van zijnen Knecht, Jes. 42 : 4, 51: 5, 60 : 9.

352. Verrast door de ontdekking, dat er ook bij de volken rondom zulke treffende verwachtingen aangaande de toekomst voorkomen,

Anrich, Das antike Mysterienwesen in seinem Einflusse auf das Christ. 1894 bl. 47. Wobbermin, Religionsgesch. Studiën 1896 bl. 105 v. Sarnack, Reden und Aufsatze I 301 v. Wendland, SooTrjQ eine religionsgesch. Untersuchung, Zeits. f. neut. Wiss. 1904 bl. 335 v. Jeremias, Babylonisches im N. T. 1905 bl. 27 v. Breysig, Die Entsteliung des Gottesgedankens und der Heilbringer. Berlin 1905. Gressmann, Der Ursprung der israel-jüd. Eschatologie. Göttingen 1905. Lietzmann, Der Weltheiland. Bonn 1907. Deismann, Licht vom Osten 1908 bl. 265. 11. O. E. Oesterley, The evolution of the Messianic idea, a study in comparative religion. London 1908.

2) Verg. reeds deel 1 330 v., en voorts Lamennais, Essai sur 1'indifférence III 408 y. Tholuck, Lehre v. d. Sünde, 4te Beilage. R. Ch. Trench, The Hulsean lectures for 1845 4ttl ed. 1859 bl. 153 v.: Christ the desire of all nations or the unconscious prophecies of Heathendom.

Sluiten