Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 : 28, Zach. 12 :10, 13 : 2v., Jer. 31: 34, en al het volk zal priesterlijk en den Heere heilig zijn, Jes. 35 :8, Joël 3:17, Zach. 14: 20, 21; maar toch wordt de Messias ook als profeet voorgesteld, op wien in bijzondere mate de Geest des Heeren rust, en die eene blijde boodschap brengen zal aan Israël en de Heidenen, Deut. 18:15, Jes. 11:2, Jes. 40—60, Mal. 4:5; en hij zal de priesterlijke en de koninklijke waardigheid in zich vereenigen, Jer. 30 :21, Zach. 3, 6:13, Ps. 110. In den knecht des Heeren bij Jesaja komen duidelijk alle drie ambten aan het licht; hij is priester, die door zijn lijden de zonden zijns volks verzoent, hij is profeet, die met Gods Geest gezalfd het aangename jaar des Heeren verkondigt, hij is koning, die verheerlijkt wordt en de vrucht van zijn arbeid geniet. Hoe diep deze Messiasverwachting in Israël is ingegaan, toonen ons de psalmen; vele gaan uit van het Davidisch koningschap en zijn in engeren zin messiaansch, Ps. 2, 18, 20, 21, 45, 61, 72, 89, 132, andere spreken alleen van God of Jhvh als Koning, Ps. 10, 24, 29, 44, 47, 48, 66, 68, 87, 93, 95—100, 145—150; maar alle wijzen zij toch heen naar eene toekomst, waarin de Heere zelf zijn koninkrijk in Israël oprichten en vandaar tot de volken uitbreiden zal ').

354. Ook na het uitsterven der profetie is de Messiasverwachting in het hart van Israels volk blijven leven. In de apocriefe litteratuur vinden we wel de verwachting van Israels toekomstige verlossing en heerschappij, maar zonder dat daarbij van den Messias anders dan eenige weinige aanduidingen voorkomen, 1 Makk. 2 : 57, 4 : 46, 9 : 27, 14 : 41. Ook Philo heeft niets over den Messias. In het algemeen was de eigengerechtigheid van het Judaïsme aan de Messiasverwachting niet gunstig; Israël had immers de wet, was door hare onderhouding rechtvaardig en had daarom geen verlosser van noode; hoogstens was er plaats voor een aardsch koning, die de Joden vergold naar hunne verdienste en hen tot heerschappij bracht over de volken der wereld. De Messias werd enkel

') "ver d® Mess. profetieën handelen verder nog Kuenen, De profeten 1234 v. Duhm, Die Theol. der Propheten 1875. König, Die Theol. der Psalmen 1857. Boehmer, Das Reich Gottes in den Psalmen, Neue kirchl. Zeits 1897, Heft 8 -10. H. Weissj Die messian. Vorbilder im A. T. Freiburg Herder 1905. A. Schutte, Die messian Weissagungen des A. T., nebst dessen Typen übersetzt und erklart. Paderborn Schoningh 1909 enz.

Sluiten