Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priesters, Openb. 1:6, 18, 3:21, 5:10, en toet wordt eerst bij ziine wederkomst het Godsrijk voltooid, Openb. 19—21.

Schmoller, Joh. Weiss en anderen hebben daarom ten onrechte aan het koninkrijk Gods eene uitsluitend eschatologische beteekenis toegekend »). Het is bij Jezus en ook bij de apostelen me een louter toekomstig, in den hemel bewaard, en op gerechtighei als loon geschonken goed, maar het is ook aanvankelijk op aarde in de weldaden van bekeering, geloof, wedergeboorte, vernieuwing gerealiseerd, het wast allengs op en doordringt alles, het is tegelijk een religieus-ethisch begrip. Dat is, Jezus neemt het begrip van het rijk Gods over, zooals het in de Schrift en vooral later in de apocalyptiek in eschatologischen zin ontwikkeld was. Maar ij verbindt daarmede de later door het Judaïsme verwaarloosde gedachte, dat, al zal het koninkrijk Gods in eschatologischen zm eerst aan het einde der dagen door eene in de wereld ingrijpende daad Gods gerealiseerd worden, het desniettemin door eene religieusethische vernieuwing, door het koninkrijk Gods in dezen zm, moet voorafgegaan en voorbereid worden. Bij de profeten des O. T gaan deze gedachten saam en zijn ze ineengeweven. Zij kennen slechts ééne komst van den Messias. Het Godsrijk is inbegrip van alle geestelijke en natuurlijke weldaden; het brengt tegelijk bekeering en terugkeer (herstel van Israël als volk en rijk). Maar Jezus maakt tusschen deze onderscheid. Het koninkrijk is er in religieus-ethischen, het komt in eschatologischen zin. De ééne idee van het rijk Gods komt in twee groote momenten tot stand. De ééne komst van den Messias splitst zich in eene dubbele, ter behoudenis en ten gericht, ter voorbereiding en ter voltooiing. Das Messiaswerk wird Heilswerk, es entwindet sich der Eschatologie und mündet ein in die Soteriologie z). Daargelaten de vraag, hoe langen tijd er voor Jezus ; bewustzijn en dat der apostelen tusschen zijn tegenwoordig en zijn ; toekomstig koninkrijk verloopen zou; het feit staat vast, dat beide ook temporeel onderscheiden zijn 8).

1) Schmoller, Die Lehre vom Reiche Gottes in den Schriften des N. T. Leiden 1891 Joh. Weiss, Die Predigt Jesu vom Reiche Gottes 1892 ; in de zweite vo ïg neu bearbeitete Auflage, Göttingen 1900 is de eschatologische opvatting gehandhaafd, maar toch eenigszins verzacht. Bousset, Das Reich Gottes in der Predigt Jesu, Theol. Rundschau 1902 bl. 397 407. 437—449.

2) Baldensperger, Das Selbstbewustsein Jesu. 1888 bl. 114.

3) Eoltzmann, Neut. Theol. I 215-225. Fréd. Krop, La pensée de Jésus sur

le royaume de Dieu d'après les évang. synopt. avec un appendice sur la question

Sluiten