Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Grieksch niet eenvoudig door dvttobmog, maar door vtog tov dv&QWTCov weergegeven, in Messiaanschen zin opgevat, en Jezus in den mond werd gelegd 1).

Al is het onderzoek naar de beteekenis van de benaming: zoon des menschen, nog volstrekt niet afgeloopen 2), toch mag het thans hoogstwaarschijnlijk worden geacht, dat Jezus haar aan Dan. 7 : 13 heeft ontleend en met eene bepaalde bedoeling van haar gebruik heeft gemaakt. Om deze bedoeling te leeren kennen, dienen we er acht op te geven, dat Jezus wel zelf zich meermalen met dien naam aanduidde, maar, behalve door Stephanus, Hd. 7 :56, nooit door anderen zoo genoemd werd ; in de brieven komt de naam niet voor, ofschoon uitdrukkingen in 1 Cor. 15 :47 en Hebr. 2:6 er nauw aan verwant zijn. Voorts noemde Hij zich zoo, niet eerst na Petrus' belijdenis bij Cesarea Philippi, Mt. 16:13v., maar reeds lang vóór •dien tijd. In het Evangelie van Mattheus wordt de naam vóór deze gewichtige gebeurtenis negen, in dat van Markus twee, en in dat van Lukas vier malen aangetroffen ; en als Jezus dezen naam van zichzelf gaat gebruiken, geeft niemand er zijne verwondering over te kennen, en doet niemand onderzoek naar zijne beteekenis. Eindelijk, de naam komt voor in verband met zijne nederdaling uit, Joh. 3 :13, en gemeenschap met den hemel, Joh. 1:52, met het gezag en de macht, die Hem in het koninkrijk der hemelen toekomt, Mt. 9:6, 10 : 32, 12 : 8, 32, Joh. 6 : 27, 53v., in verband met zijn nederigen staat, Mt. 8 : 20, 11:19, zijn lijden en sterven, Mt. 16 : 21, 17 :12, 22, 20 :18, 28, 26 : 2, 24, 26 : 45, Joh. 3 :14, 12 : 23, 13 : 31, maar ook met zijne opstanding, hemelvaart, zitting ter rechterhand en wederkomst ten oordeel, Mt. 10 : 23, 13 : 41, 16 : 27, 28, 24 : 27, 30, 37, 25:31, 26:64, Joh. 3:13, 6:62. Wanneer wij dit alles in aanmerking nemen, wordt het ons duidelijk, dat Jezus met dezen naam zich onderscheiden wil van en zich plaatsen wil boven alle andere menschen. Er ligt in den naam zonder twijfel ook opgesloten, dat Hij waarachtig mensch was, niet slechts aan Israël, maar aan alle menschen verwant, doch er wordt tegelijk door uitgedrukt, dat Hij onder alle menschen eene geheel eenige plaats

x) Dallmann, Die Worte Jesu. Leipzig 1899 bl. 191—219. Schmiedel, Prot. Monatshefte, 1899 bl. 252—267. 291—308. Driver, art. Son of Man in Hastings D. B. IV 581. Gotdd, t. a. p. bl. 661. Baldensperger, Die neueste Forschung über den Menschensohn, Theol. Rundschau 1900 bl. 201—210. 243—255.

2) •/. Boehmer, Zum Verstandnis des Menschensohnes, Die Studierstube 1905 411—418.

Sluiten