Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inneemt. Yan den beginne af is Hij zich bewust, dat Hij van boven, uit den hemel is en eene gansch bijzondere roeping op aürde te vervullen beeft; Hij is de Christus, de Zoon des levenden Gods, gelijk Petrus Hem later belijdt. Maar zoo belijdt Hij en laat Hij zich door anderen niet in het openbaar belijden, opdat men zich in zijn persoon en werk niet vergisse. Daarom kiest Hij den naam van zoon des menschen, een naam, die m Dan. . van den Messias voorkomt en zoo ook in de apocriefe literatuur wordt verstaan. Maar daaruit volgt niet, dat het volk m het algemeen, of dat zelfs de discipelen bij dien naam terstond aan den Messias dachten; het tegendeel is waarschijnlijk, omdat Hij over dezen titel nooit aangevallen wordt. Men verstond er misschien alleen onder, dat Hij iets bijzonders, dat Hij een buitengewoon mensch was, en dit werd onmiddellijk en terstond door zijne woorden en werken bevestigd. Doch daarom bood deze naam aan Jezus juist de gelegenheid, om alle misverstand over zijn persoon en werk van te voren af te snijden, en langzamerhand in dien naam in te leggen en daarmede te verbinden ie eigenaardige beteekenis van het Messiasschap, welke overeenkomstig de Heilige Schriften voor zijn bewustzijn daarin opgesloten lag. En deze beteekenis kwam hierop neer, dat de Christus, die van boven was, vele dingen lijden en daarna in zijne heerlijkheid moest ingaan. Zoo koos Jezus zich dus dezen naam, om te kennen ' te geven: 1° dat Hij niet slechts zoon van David en Koning van Israël, maar zoon des menschen was, met alle menschen in verband staande, en zijne ziel gevende tot een rantsoen voor ve en ; 2° dat Hij desniettemin onder alle menschen eene geheel eemge plaats innam, omdat Hij van boven, uit den hemel was nedergedaald, gedurende zijn verblijf op aarde in onafgebroken gemeenschap met den Vader leefde, en macht had, om de zonden te vergeven, om het eeuwige leven te schenken, om al de goederen des konrnkrijks aan de zijnen uit te deelen; 3° dat Hij deze macht met grijpen mocht door geweld, gelijk de Joden van hun Messias verwachtten, maar dat Hij als de Knecht des Heeren lijden en sterven moest voor zijn volk; en 4° dat Hij juist langs dezen weg zou komen tot de heerlijkheid der opstanding en der hemelvaart, der verhooging aan Qods rechterhand en der wederkomst ten oordeel1).

i) Verg. verder nog 3. Appel, Die Selbstbezeichnung Jesu, der Sohn des Menschen. Stavenhagen 1896. Eoltzmann, Neut. Theol. I 246 v. Id., Das messian. Be-

Sluiten