Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstanding deed reeds een wonderbaar licht opgaan over den persoon •en het werk van Christus; van toen af gold Hij voor alle discipelen als „ein himmlisches Wesen"; de leer van Paulus en Johannes over het wezen van Christus vond bij geen der discipelen bestrijding 1).

Wat zij eraan toevoegen, is niets nieuws, maar alleen uitbreiding en ontwikkeling. Jezus is waarachtig mensch, vleesch geworden en in het vleesch gekomen, Joh. 1:14, 1 Joh. 4:2, 3, uit de vaderen, zooveel het vleesch aangaat, Rom. 9 : 5, Abrahams zaad, Gal. 3 :16, uit Juda s stam, Hebr. 7 :14, uit Davids geslacht, Rom. 1:3, geboren uit eene vrouw, Gal. 4:4, Hebr. 2:14, mensch in vollen, waren zin, Rom. 5 : 15, 1 Cor. 15 :45, 1 Tim. 2 :15, die moede, dorstig, bedroefd, verheugd was als wij, Joh. 4 : 6v., 11:33, 38, 12 : 27, 13 : 21, Hebr. 4 :15, onder de wet was, Gal. 4 : 4, gehoorzaamheid geleerd heeft tot den dood toe, Phil. 2:8, Hebr. 5:8, 10. 7, 9, geleden heeft, gestorven is en begraven enz. Maar deze zelfde mensch was tegelijk van alle zonde vrij, Mt. 7 :11, 11:29 12:50, Joh. 4:34, 8:29, 46, 15:10, Hd. 3:14, 2 Co'r. 5:21,' Hebr. 4 :15, 7: 26, 1 Petr. 1 : 19, 2 : 26, 1 Joh. 2 :1, 3: 5 ; Hij is ook opgestaan, verheerlijkt, gezeten aan Gods rechterhand, Hd. 2 . 34, 5 : 31, 7 : 55 enz. Hij bestond reeds vóór zijne vleeschwording, Joh. 1:1, 17:5, 1 Cor. 10:4, 9, Hebr. 11:26, was toen in de gestaltenis Gods, Phil. 2 : 6, eerstgeborene aller creatuur, Col. 1:15, hooger dan de engelen, Hebr. 1:4, door wien God alles geschapen heeft en in wien alles bestand heeft, Joh. 1:3, 1 Cor. 8:6, Col. 1.16, Ef. 3 : 9, Zoon Gods in geheel eenigen zin, Joh. 1:14, 5 : 18, Rom. 8 : 3, 32, Gal. 4:4, en zelf God, Joh. 1: 1, 20 : 28, Rom. 9 : 5, 2 Thess. 1:1, Tit. 2 :13, Hebr. 1:8, 9, (1 Joh. 5 : 20), 2 Petr. 1:1.

356. Dit apostolisch getuigenis aangaande Jezus den Christus was te rijk en te diep, dan dat het terstond in het Christelijk bewustzijn kon opgenomen en in eene alle dwaling afsnijdende, duidelijke formule kon weergegeven worden. Bij de apostolische vaders is daarvan dan ook nog geen sprake, al kennen zij aan Christus eene geheel eenige plaats toe en al noemen zij Hem met allerlei heerlijke en verheven namen 2). Eerst de ter linker en ter rechter zijde opkomende dwalingen van het Ebionitisme en het Gnosticisme

') TVeiszacker, Das apost. Zeitalter2 bl- 16. 110. 2) Verg. deel II 283 v.

Sluiten