Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakten het voor de gemeente ten plicht, om den inhoud van het apostolisch getuigenis in te denken en van de verhouding van Christus, beide tot God en tot de menschheid, zich helder rekenschap te geven. Het Ebionitisme hield Jezus wel voor den Messias, ge oo e soms ook wel, dat Hij op bovennatuurlijke wijze ontvangen en bij den doop met eene Goddelijke kracht toegerust was, maar het zag overigens in Jezus niets dan een mensch, uit Davids geslacht, met Gods Geest gezalfd, en tot koning over een bij zijne wederkoms op te richten aardsch rijk aangesteld 1). Het Gnosticisme, de stol verachtend en de schepping der wereld aan een órj/xiovqyog toesc rijvend, maakte ook bij Christus eene scherpe scheidmg tusschen het Goddelijke en het menschelijke; de hoogste aeon, n.1. Christus, was uit den hemel nedergedaald en had zich voor een tijd lang met den aardschen mensch Jezus vereenigd, of bracht uit den heme een psychisch lichaam mede of nam tijdelijk een schijnlichaam aan, om de menschheid uit de banden der materie te bevrijden ) Harnack meent wel, dat de erkenning van Jezus als een door God uitverkoren en met den Geest toegerust mensch met ebiometisch, maar Christelijk was, en zegt ook, dat de leer der twee naturen van Christus oorspronkelijk gnostisch was »), maar hij moet toch toegeven, dat in de oudste overlevering Jezus ook als Zoon Go s beleden en nooit voor een xpdog dv^QwTtog gehouden werd 4).

Er mogen verschillende voorstellingen geweest zijn, hoe een en hetzelfde subject tegelijk Zoon Gods en mensch kon zijn ; maar zoo werd Christus van het begin af door allen erkend. Deze behjdenis moest leiden en leidde onder Justinus, Irenaeus en Tertullianus ), tot de leer der twee naturen. De uitdrukking civo oiaiai xqlmov komt het eerst voor in een fragment van Melito, welks echtheid echter betwijfeld wordt 6). Irenaeus heeft de formule van de twee naturen nog niet, maar leert duidelijk, dat Christus waarlijk de Zoon, de Logos, en zelf God is, dat Hij als zoodanig mensch is geworden,

i) Uhlhorn, art. Ebioniten in PRE3 V 125-128. Looft, Dogmengesch^ bl. 83.

*) Loofs, t. a. p. bl. 105-111. Krüger, art. Doketen en Gnosis in PRE .

3) Harnack, IX G. I 245. 220. 516.

<) Harnack, t. a. p. I 153-168. Verg. Loofs, in PRE3 IV 18 v. Id., Dogmen-

gesch. bl. 83. ,

*) Verg deel II 282 v.; en voorts over Justinus nog: A. L. Feder, Justmsdes

Martyrers Lehre von Jezus Christus, dem Messias und dem menschgewordenen Sohne Gottes. Freiburg 1906; over Irenaeus en Tertullianus : Loofs, Dogm. § 21.

•) Harnack, D. G. 1165. Verg. echter Loofs, in PRE3 IV 31 en Dogmengesch. bl. 151.

Sluiten