Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of zaligmaker, maar alwat de kerk van dien persoon belijdt, geldt ten volle van de idee der menschheid 1). Kant begon er in de nieuwe philosophie mede, om, evenals de oude Gnostieken, den histonschen Christus van den idealen te scheiden ; en anderen hebben dat voortgezet. Fichte ging uit van de gedachte, dat God en mensch absoluut één waren. Christus heeft echter deze eenheid het eerst in zichzelf erkend en klaar uitgesproken; dat is zijne groote, historische beteekenis ; duizenden zijn door Hem tot deze erkentenis, tot deze gemeenschap met God gekomen. Maar al is dit historisch zoo geweest, toch is daarmede niet gezegd, dat de mensch niet uit zichzelf, niet anders dan door Christus, tot die gemeenschap komen kan. Als Jezus terugkwam, zou Hij volkomen tevreden zijn, dat het Christendom in de harten heerschte, ook al was zijn persoon geheel vergeten. Slechts de metaphysische, eeuwige waarheid, de erkenning der eenheid met God, maakt zalig; het historische is een op zichzelf staand, voorbijgaand feit -).

Bij' Schelling in zijne eerste periode is het absolute geen onveranderlijk zijnde, maar een eeuwig worden, dat dus in de wereld als zijn logos en zoon tot openbaring komt. De theologie meent, dat Christus de eengeboren en vleeschgeworden Zoon Gods is. Maar dat is onjuist; God is eeuwig en kan niet in een bepaald tijdsmoment de menschelijke natuur hebben aangenomen ; het Christendom als historisch feit heeft voorbijgaande beteekems. Eeuwig echter blijft de idee ; de wereld is de zoon Gods ; de menschwordmg Gods bestaat daarin, dat het absolute, om zichzelf te zijn, in een wereld, in eene veelheid van individuën, in eene rijke geschiedenis, in een historisch proces tot openbaring komt. De wereld is dus God zelf m zijn worden; de menschwording Gods is principe van alle leven en geschiedenis ; het eindige is de noodzakelijke vorm voor het openbaar worden Gods ; alles moet begrepen worden van de idee der menschwording uit. En dit is ook de esoterische waarheid van het Christendom • de historische inkleeding is maar tijdelijke vorm voor deze eeuwige idee 3). Evenzoo zeide Hegel, dat hetgeen de theologie symbolisch in voorstellingen weergaf, door de philosophie in begrippen werd omgezet; Christus is niet de eenige Godmensch, maaide mensch is wezenlijk één met God en wordt zich dit ook op het

1) Kant, Keligion innerhalb usw. ed. Bosenkranz, bl. 69 v. Verg. Bomer Entwicklungsgesch. II 978 v. J. W. Chapmann, Die Theologie Kants, Halle 19 .

2) Fichte, Anweisung zum seligen Leben. Verg. Domer, t. a. p. II 1 J v.

3) Schelling, Vorles. über die Methode des akad. Studiums 1803, Werke IBbl. 286 v. Verg. Domer, Entwicklungsgesch. II 1058 v.

Sluiten