Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Jezus ging inwonen, als deze zichzelf ontwikkelde tot religieuze persoonlijkheid, tot geest; de menschwording Gods neemt toe met de Godwording des menschen. Op eene andere en toch verwante wijze is de verklaring van den Godmensch beproefd door de leer van de xevaxfig, d. i. door de onderstelling, dat de Logos bij de vleeschwording zich van alle of van sommige eigenschappen tot op het niveau van de menschelijke ontwikkeling ontledigd en deze dan langzamerhand in den weg van ontwikkeling teruggewonnen heeft *).

Met Schleiermachers Christologie komt die van Ritschl overeen; alleen legt zij, nauwer zich aansluitend bij de wijsbegeerte van Kant meer nadruk op het werk, dan op den persoon van Christus, en k'ent in het wezen des Christendoms eene grootere plaats toe aan het ethische. Ook Ritschl verwerpt in de leer van Christus alle metaphysica en alles wat door de natuurwetenschap en door de historische critiek wordt veroordeeld, b. v. de praeëxistentie, de bovennatuurlijke ontvangenis, de opstanding, de hemelvaart de wederkomst. Christus is in dat opzicht een gewoon mensch. Maar zijne eigenaardigheid lag in zijn beroep, in het werk dat hij gedaan heeft, n.1. het stichten van een rijk Gods. Als ethisch persoon staat

Lehre v. d. Person Christi 1856 bl. 281v. 309v. Thomasius, Christ! Person und Werk I3 409-445. Sartorius, Die Lehre v. d. heiligen Lie e IP 21. Schöberlein, Princip und System der Dogm. bl. IV v. Martensen Dogm ft -m Hofmann Schriftbeweis II 1 bl. 20 v- Delitzsch, Bibl. Psychologie- bl.

L »<*»■»«■ »-*■c"*- «'«•»"«"»137 ,v-®^,us

d,„ Unterschied 4. P«'. »• «• lib«' EldlU"1- l„ik

bl 124 A. von Oettingen, Luth. Dogm. III 107 v. (leert aflegging van het gebruik,

niet van het bezit). H. Sclunidt, Zur Lehre v. d. Person Christi, Neue Kirchl.

Zl. Ï896 bl. 972—1005, vooral bl. 982 v. O. Benme, Die d. K=.

! eipzig 1903, cf Th. L. Blatt 22 Jan. 1904. Godet, Oomm. op Joh. 1. 14 .Gretülat,

Exposé de théol. syst. IV 180 v. Becolin, La personne de J. O. et la theorie de

la kenosis, Paris 1890. Van Oosterzee, Dogm. II 494. Ch. d. I. Saussayezie mijne

Theol. van d. 1. S> bl. 44. Ook in de Engelsche

deze hypothese veel ingang bij Dr. Lewis Edwards te Bala ± 1850, O Brien Ierland, H. W. Beecher 1871, H. M. Goodwin 1874, Howard Crosby:iniWka en vooral na 1890, ten einde met Jezus' beschouwing van het O. T. die der historische critiek te kunnen overeenbrengen, bij Swayne, Our Lords knmUedge as man 1891 Plnmmer, The advance of Christ in dotfia; Expositor 1891. Gore The incarnation of the son of God 1891. Id., IJi^ertati.ns^nsub^ctsconnect^ with the incarnation 1895. Mason, Conditions of our Lords life eart* > en vele anderen, genoemd door B. B. Warfield, in een artikel over de kenosis in The Presb. and Kef. Bev. Oct. 1899 bl. 701-725, cf. ook de art. over kenosis in Hastings Dict. of the Bible en Dict. of Christ.

Sluiten