Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden, om geen anderen Christus te belijden, dan die in de Schriften haar voor de oogen geschilderd werd. Maar de leuze: naar Jezus terug, leidde nog tot gansch andere gevolgtrekkingen, dan die men aanvankelijk had vermoed. AVant als eenmaal eene scheiding gemaakt was tusschen den zoogenaamden historischen Jezus en den apostolischen Christus, kwam men aanstonds voor de dubbele vraag te staan, wie die historische Jezus dan toch was geweest, en hoe hij onder de handen der apostelen tot den Christus vervormd was. Kahler waarschuwde er wel tegen en stelde duidelijk in het licht, dat zulk eene scheiding niet mogelijk was, en dat bijv. ook de zoendood en de opstanding deel uitmaakten van den historischen Jezus x); maar men ging desniettemin op het pad voort en raakte met beide bovengenoemde vragen in de grootste verlegenheid.

Immers naarmate het onderzoek naar den „historischen" Jezus voortgezet werd, kwam het te duidelijker aan den dag, dat de Christusfiguur niet eerst bij Paulus en Johannes, maar reeds in de Synoptici voorkomt. De heerlijkheid van den Christus treedt in de eerste drie Evangeliën wel niet zoo schitterend op den voorgrond als in het vierde; maar het is in den grond der zaak toch dezelfde Christus, dien zij allen beschrijven. Ook aan den Synoptischen Jezus wordt een hoog zelfbewustzijn, de Messiaswaardigheid, het Goddelijk Zoonschap, de macht om wonderen te doen en zonden te vergeven, eene geheel eenige plaats in het Godsrijk, de verzoenende kracht van zijn lijden en sterven, de opstanding en verheerlijking bij den Vader, de wederkomst ten oordeele toegekend 2)_ En dit alles wordt niet door anderen aangaande Hem uitgesproken, maar zelf wordt Hij van zijn eerste optreden af door deze hooge zelfbewustheid gedragen en zelf spreekt en handelt Hij voortdurend krachtens deze koninklijke macht. Het is dezelfde Christus, die ons overal in het Nieuwe Testament tegemoet treedt. Hoe zou het ook anders kunnen? De Synoptische Evangeliën zijn evengoed apostolische geschriften als de brieven van Paulus, en zijn zelfs later dan deze geschreven; van een strijd over den persoon van Christus

*) Kahler, Der sogenannte historische Jesus und der gesch. Biblische Christus 1892.

2) Verg. bijv. Kahler, in het aangehaalde geschrift, en voorts Schaeder, Ueber das Wesen des Christ. und seine modernen Darstellungen. Gütersloh 1904. W. Walther, Adolf Harnacks Wesen des Christ. für die Christl. Gemeimde geprüft.5 leipzig 1904. Ihmels, Wer war Jesus? Was woltte Jesus? Leipzig 1905.

Sluiten