Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeele, had toegekend >). Voor die denkbeelden, welke de Christusfiguur gevormd hebben, komen dan volgens sommigen vooral de Oudtestamentische profetieën 2) of de apocalyptische verwachtingen der toenmalige Joden 3) in aanmerking, volgens anderen meer de Buddhistische leeringen, welke in dien tijd langzamerhand naar het Westen doordrongen 4), of in het algemeen de syncretistische samenvloeiing van allerlei Oostersche en Westersche, Joodsche en G-rieksche voorstellingen, waardoor de eerste eeuwen der Christelijke jaartelling zich kenmerkten B). Al deze pogingen hebben reeds daarom iets zeer

') Kalthoff, Das Christusproblem. Grundlinien zu einer Sozialtheologie.2 Leipzig 1903. Id., Die Entstehung des Christentums. Neue Beitrage zum Christusproblem 1904. Id., Was wissen wir von Jesus? Eine Abrechnung mit Prof. D. Bousset von Göttingen. Berlin 1904. K. Kautsky, Der Ursprung des Christentums. Stuttgart 1908, en de bespreking daarvan door Maurenbrecher, Sozial. Monatshefte 1909 bl. 30 v. 94 v. Verg. ook het referaat van Dr. v. d. B. v. Eysinga over Kautsky's boek op de verg. van moderne theologen April 1909. Maurenbrecher, Von Nazareth nach Golgotha. Berlin 1909. IC. C. Anderson, The collapse of liberal Christianity, Hibbert Journal, Jan. 1910 bl. 301—320.

-) Zoo reeds Schelling, daarna vooral Strausz, verg. Karl 11 'eidel, Studiën über den Einfluss des Weissagungsbeweises auf die evangelische Geschichte, Th. Stud. u. Krit 1910 bl. 83 v.

3) Bousset, Die Religion des Judentums im neutest. Zeitalter 1903. Wernle, Die Anfange unserer Religion2 1904.

4) R. Seydel, Die Buddhalegende und das Leben Jesu nach den Evangelien1897. G. A. van den Bergh van Eysinga, Indische Einflüsse auf die evang. Erzahlungen.2 Göttingen 1909. O Pfleiderer, Das Christusbild des urchristl. Glaubens in religionsgesch. Beleuchtung. Berlin 1903. Het Antisemitisme en de verheerlijking van het Arische ras en het Buddhisme heeft Dühring, Chamberlain «. a. ertoe verleid, om Jezus' Israelietische afkomst te loochenen en Hem een Arischen oorsprong toe te kennen, zie bijv. A. Muller, Jesus ein Ariër. Ein Beitrag zur völkischen Erziehung. Leipzig 1904. Th. J. Plange, Christus ein Inder? Versuch einer Entstehungs-gesch. des Christ. unter Benutzung der indischen Studiën Louis Jacolliots. Stuttgart 1907.

5) J. M. Robertson, Pagan Christs, studies in comparative hierologie. London 1903. Ii. Breissig, die Entstehung des Gottesgedankens und der Heilbringer. Berlin 1905. W. B. Smith, Der vorchristliche Christus. Giessen 1906, reeds op de vorige bladzijde aangehaald. P. Jensen, Das Gilgamesch — epos in der Weltliteratur. Strassburg, 1906. Arthur Drews, Die Christusmythe, Jena 1909. Gunkel, Zum religionsgesch. Verstandnis des Neuen Test. Göttingen 1903. Carl Clemen, Religionsgesch. Erklarung des Neuen Test. Die Abhangigkeit des altesten Christ. von nicht-jüd. Religionen und philos. Systemen zusammenfassend untersucht. Giessen 1909.

Brückner, Der sterbende und auferstehende Gottheiland in den oriënt. Religionen und ihr Verhaltnis zum Christ. Tübingen 1908. Bolland, De evangelische Jozua. Eene poging tot aanwijzing van den oorsprong des Christ. Leiden 1907. Id., Het Evangelie. Eene vernieuwde poging tot aanwijzing van den oorsprong

Sluiten