Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strumentale und theilweise die meritorische Ursache unserer ewigen Auserwahlung, de voornaamste reden der natuurlijke en bovennatuurlijke schepping, Miterlöserin, Corédemptrice ; de wijze, alle wonderen werkende, met onbeperkte heerschappij toegeruste, almachtige regeerster der kerk, gelijk God de wereld regeert enz *). De Mariolatrie verdringt bij Rome de ware, Christelijke Godsvereering hoe langer zoo meer. Prof. Schoeler ziet dit bijgeloof typisch uitgedrukt m eene muurschilderij op het vaticaan, welke de Madonna voorstelt hoog m het midden geplaatst, terwijl Vader en Zoon als werktuigen jan haar almachtigen wil ter rechter eu linker zijde gezeten zijn 2). Het is tegen deze menschvergoding, dat de Reformatie in verzet kwam. Het ware niet te verwonderen, als zij uit vreeze voor zulk eene afgoderij niet altijd aan Maria de haar verschuldigde eere had bewezen. Maar ook dat is niet het geval, al was zij natuurlijk voorzichtig in hare lofverheffing. Maria staat ook bij alle Protestanten, die de vleeschwording des Woords belijden, in hooge eere. Zij is door God verkoren en toebereid, om de moeder van zijn Zoon te wezen. Zij is de begenadigde onder de vrouwen. Zij is door Christus zelf tot zijne moeder begeerd, die Hem ontving van den H. Geest, die Hem droeg onder haar hart, die Hem zoogde aan haar borst, die Hem onderwees in de Schriften, in wie in één woord de voorbereiding der vleeschwording voleind werd.

365. Toch, ofschoon Christus zich bij zijne vleeschwording aan de voorafgaande openbaring aansluit en door natuur en geschiedenis zijn eigen komst heeft voorbereid, Hij is geen product van het verleden, geen vrucht van Israël of de menschheid. Tot op zekere hoogte geldt het van ieder mensch, dat hij niet volledig uit zijne ouders en omgeving kan worden verklaard. Daarom kon ook Kuenen 3), nadat hij de voorwaarden en bouwstoffen voor het Christendom had aangewezen, erkennen, dat daarmede de persoon van Christus nog niet begrepen is. Maar het geldt van Christus nog in een anderen en hoogeren zin, dan door hem werd bedoeld.

') Verg. boven reeds bij de leer der erfzonde bl. 111 v., en voorts nog Wörnhart, aria die wunderbare Mutter Gottes und der Menschen. Innsbrück 1890 bl. 13. 19. 244. 289. Petavius, de incarnatione XIV. Scheeben, Dogm. III 69 v. Seinrich, Dogm. Theol. VII 363—495. Bartmann, Christus ein Gegner des Marienkultus ? Freiburg Herder 1909.

2) Schoeler, Das Vatik. Bild. Gütersloh 1898.

Kuenen, Godsd. van Israël II 506 v. Volksgodsdienst en Wereldgodsdienst bl. I08. 193. Verg. Hamack, Das Wesen des Christ. bl. 81.

Sluiten