Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ders van het geloof der eerste Christelijke gemeente. Al verder wordt deze leer gevonden in de brieven van Ignatius, die omstreeks het jaar 117 den marteldood stierf x), en in de voor eenigen tijd gevonden Apologie van den wijsgeer Aristides van Athene, dien deze in het jaar 125 aan keizer Hadrianus overhandigde. Zij moet te meer inhoud van de apostolische prediking zijn geweest, omdat de Heidensche fabelen van Godenzonen de Christenen anders zeker hadden afgeschrikt van eene leer, die er zoo na aan verwant scheen. Van een invloed dier Heidensche fabelen op het ontstaan van het Evangelisch verhaal der bovennatuurlijke ontvangenis, gelijk Usenerr Hillmann, Hilgenfeld, Soltau, Van den Bergh van Eysinga e. a. dien aannemen 2), is er nergens eenig spoor; trouwens bij eenige uitwendige en oppervlakkige overeenkomst is er diep, wezenlijk verschil j de schaamtelooze verheerlijking van den zinnelijken lust, die in de fabelleer aan de goden toegeschreven wordt, staat op onmeetbaren afstand van den eenvoud, de kieschheid, de heiligheid, die in de Evangelische verhalen te bewonderen valt 8). Harnack zocht ze dies alleen uit Joodsche gegevens, bepaaldelijk uit eene onjuiste exegese van Jes. 7 :14 te verklaren 4). Maar er is geen enkel bewijs voor bij te brengen, dat Jes. 7 : 14 door de Joden op den Messias toegepast en van zijne geboorte uit eene maagd verstaan werd 5). & Eindelijk wordt deze ontvangenis van den Heiligen Geest wel is waar in het Nieuwe Testament alleen door Mattheus en Lukas verhaald, maar datgene, waarop het in deze verhalen bij Mattheus en Lukas

x) Ignatius, ad Smyrn. I 1—3. ad Eph. YII 1 2.

2) Usener, Religionsgesch. Untersuchungen I Das Weihnachtsfest. Bonn 1880 bl. 69 v. Hillmann, Die Kindheitsgesch. Jesu nach Lukas, Jahrb. f. prot, Theol. 1891 bl. 192 y. Hilgenfeld, Die Geburts- und Kindheitsgesch. Jesu, Zeits. f. wiss. Theol. 1901 bl. 204—215. Soltau, Die Geburtsgesch. Jesu Christi. Leipzig 1902. E. Petersen, Die wunderbare Geburt des Heilands. Tübingen 1909. G. A. van den Bergh van Eysinga, Indische Einflüsse auf evang. Erzahlungen 1904 bl. 22 v. Saintyves, Les vierges-mères et les naissances miraculeuses. Essai de mythologie comparée. Paris 1908.

3) G H Box The Gospel narratives of the nativity and the alleged influence of heathen ideas, Zeits. f. neutest. Wiss. 1905 bl. 80 v. L. M. Sweet, Heathen wonderbirths and the birth of Christ, Princeton Theol. Rev. Jan. 1908 bl. 83

117. , _ T

4) Harnack, Theol. Lit. Z. 1889 n. 8. D. G. I2 57. Verg. Weiss, Leben Jesu I

5) a. H. Box., art. Yirgin Birth in Hastings' Dict. of Christ II 806 v. Orr,

The Yirgin Birth bl. 124 v. W. Schmidt, Christi. Dogm. II 346.

Sluiten