Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel, dat Hij door de opstanding tot Zoon Gods en Heer is aangesteld, Rom. 1:4, maar dit sluit niet uit, dat Hij reeds bij en vóór zijne ontvangenis Zoon Gods was, Rom. 1:3; evenmin als de vïo&eaia. door de geloovigen in de toekomst verwacht, Rom. 8 : 23, uitsluit, dat zij die nu reeds bezitten, Rom. 8: 15. Zoon Gods was Christus van eeuwigheid; Hij was in den beginne bij God; Hij is de eerstgeborene aller creaturen. Zoo kon Hij dan ook niet geteeld en door den wil des mans worden voortgebracht; Hij was zelf het handelende subject, dat zich door den H. Geest een lichaam toebereidde in Maria's schoot. In het O. T. wordt Hij daarom vooral beloofd als het zaad der vrouw, Gen. 3:15, als de door God gegevene, Jes. 9:5, als de door den Heere verwekte, Jer. 23:5, 6, 33:14—17, als een rijsken uit den afgehouwen tronk van Isaï, Jes. 11:1, als de zoon eener Fiöbs, (in het algemeen eene jonge vrouw, en bepaald eene ongehuwde, Gen. 24 : 43, Ex. 2 : 8, Ps. 68 : 26, Hoogl. 1:3, 6:8, Spr. 30: 19), die den naam Immanuel dragen zal, Jes. 7:141). In het O. T. wordt daarbij over de wijze zijner ontvangenis niets naders gezegd ; alleen zal Hij de zoon eener vrouw en tegelijk eene gave en openbaring Gods zijn. Dit is alzoo in Christus vervuld. Daargelaten de moeilijke vraag, of Lukas de genealogie van Maria geeft en of Maria ook zelve uit Davids geslacht was 2), niet naar Maria, maar naar Jozef werd Jezus een Davidide gerekend; op Jozefs Davidische afstamming valt al de

!) Het verhaal van Jezus' bovennatuurlijke geboorte kan niet, gelijk Keim, Reyschlag, Harnack, Lobstein meenen, uit Jes. < : 14 ontstaan zijn, boven bl. 310; maar wel werd in het feit dier geboorte eene vervulling der Oudtest. profetie in Jes. 7 :14 gezien. Verg. Orr, The Virgin Birth bl. 127—136.

2) De kerkvaders waren in het algemeen de meening toegedaan, dat Mattheus en Lukas beiden de genealogie van Jozef gaven. Maar, om de daaruit rijzende moeilijkheden te ontgaan, wierp Anias van Viterbo ± 1490 de onderstelling op, dat de eerste evangelist de genealogie van Jozef, en de derde die van Maria gaf. Deze uitlegging maakte veel opgang en wordt ook thans nog voorgestaan door Weiss, Leben Jesu I 211 en anderen (Hastings D. B. II 139). vooral ook door P. Vogt, S. J. Der Stammbaum Christi bei den Evangelisten Matthausund Lukas. Freiburg Herder 1907. De woorden: uit den huize Davids, Luk. 1 : 27, worden dan betrokken op Maria, de maagd; en Luk. 3 : 23 wordt dan opgevat

alsof er stond: Jezus zijnde een zoon (gelijk men meende, van Jozef, maar

inderdaad, door Maria zijne moeder) van Eli. Deze uitlegging ziet er echter niet waarschijnlijk uit, ook al is de Davidische afstamming van Maria, op grond van Luk. 1 : 32, 69, 2 :4, 5 aannemelijk. Verg. de artikels Genealogy of Jesus Christ in Hastings' D. B. 137—141 en Dict. of Ohrist I 636—639, en ook Br. J. M. Heer, Die Stammbaume Jesu nach Matthaus und Lukas. Ireiburg 1910.

Sluiten