Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiven, bracht zijn lichaam dus mede uit den hemel en ging door Maria heen als door een kanaal (Hofmann, Menno Simons; cf. de verwante voorstelling van eene eeuwige lichamelijkheid Gods bij de kabbala met haar Adam Kadmon, bij Swedenborg, Dippel, Oetmger, Petersen); of Hij vormde zich deze hemelsche, onzichtbare lichamelijkheid van eeuwigheid uit de eeuwige jonkvrouw, de Goddelijke Eva, de wijsheid Gods, woonde daarmede reeds terstond na den val in Adam, Abel enz., en maakte ze dan zichtbaar «n sterfelijk door de ontvangenis en geboorte uit Maria (Weigel); of Hij nam die heerlijke menschelijke natuur reeds aanstonds bij de schepping aan uit Adam voor den val, die toen nog eene fijne, hemelsche lichamelijkheid had, om ze later uit Maria te omkleeden met eene zwakke, sterfelijke menschheid (Ant. Bourignon, Poiret, Barclay); of ook vormde Hij zich zijne menschelijke natuur uit Maria, maar niet uit de vleeschelijke, doch uit de wedergeboren Maria, die door hare vereeniging met de Goddelijke wijsheid, een heilig, Goddelijk element in zich ontvangen had en het jonkvrouwelijk wezen van Adam vóór den val terug bekomen had (Schwencfeld e. a.) '). Ons schijnen deze gedachten zeer vreemd toe. Toch drukken zij in andere vormen niets anders uit dan wat de nieuwere philosophie sedert Kant en Hegel met hare scheiding van den idealen en historischen Christus voorgesteld heeft. De ideale Christus is de eeuwige Logos, de absolute rede, de ééne substantie, welke in de wereld zich eeuwig realiseert en niet in een enkel mensch haar volheid uitstorten kan, maar in de menschheid als den zoon Gods de menschelijke natuur aanneemt. Doch de historische Jezus is niet de ware, wezenlijke Christus; Hij vormt in het proces der menschwording wel een belangrijk, maar toch slechts een voorbijgaand moment; Hij is een zwak, sterfelijk, zondig mensch geweest, die de idee van den waren Christus wel geopenbaard heeft, maar zoo, dat deze volstrekt niet met hem samenvalt en één met hem is 2).

Nu behoeft het geen lang betoog, dat de H. Schrift hier lijnrecht tegenover staat. Onder het O. T. beloofd als de Messias, die uit eene vrouw, uit Abraham, Juda, David voortkomen zal, wordt

\) \ erg. voor al deze gevoelens over de menschelijke natuur van Christus Bomers Entwicklungsgesch. der Lehre von der Person Christi, en de dogmenhist. werken van Harnack, Seeberg, Loofs, Schivane enz.

2) Ru?ize, Dogm. § 78.

Sluiten