Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij in de volheid des tijds in Maria, êv ccitt], Mt. 1 :20, ontvangen van den H. Geest, en nit haar, sx yvvaixog, geboren, Gal. 4:4. Hij is haar zoon, Luk. 2: 7, vrucht haars buiks, Luk. 1:42, naar het vleesch uit David en Israël, Hd. 2 : 30, Rom. 1: 3, 9 : 5, ons vleesch en bloed deelachtig en ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde, Hebr. 2:14, 17, 18, 4:15, 5:1, een waarachtig mensch, de Zoon des menschen, Rom. 5 :15, 1 Cor. 15 : 21, 1 Tim. 2 :15, opgroeiend als een kindeke, Luk. 2:40, 52, hongerend, Mt. 4:2, dorstend, Joh. 19:28, weenend, Luk. 19:41, Joh. 11:35, ontroerd, Joh. 12 : 27, bedroefd, Mt. 26 : 38, toornend, Joh. 2 :17, lijdend, stervend enz. Het staat voor de Schrift zoo vast, dat Christus in het vleesch gekomen is, dat zij de loochening daarvan antichristelijk noemt, 1 Joh. 2 : 22. En niet alleen leert zij, dat Christus eene waarachtige, maar ook dat Hij eene volkomene menschelijke natuur heeft aangenomen. Arius loochende dit en zeide, dat de Logos, die immers een schepsel was, geen mensch kon worden, maar slechts in menschelijke gedaante verschenen was, en daartoe alleen een lichaam, maar geene ziel had aangenomen 1). Daarentegen wilde Apollinaris juist vasthouden, dat Christus niet slechts een door den Logos verlicht mensch, een clvO-Qbanoi ev&sog was, gelijk Paulus van Samosata zeide, maar dat Hij zelf God was en zijn werk Goddelijk, en zoo kwam hij tot de leer, dat de Logos een bezield menschelijk lichaam, zonder pneuma, had aangenomen en zelf de plaats van dat pneuma vervulde 2). Maar de Schrift zegt duidelijk, dat Jezus een volkomen mensch was, en schrijft Hem alle bestanddeelen der menschelijke natuur toe, niet alleen een lichaam, Mt. 26 . 26, Joh. 20 :12, Phil. 3 : 21, 1 Petr. 2 : 24, vleesch en bloed, Hebr. 2 : 14, beenderen en zijde, Joh. 19 : 33, 34, hoofd en handen en voeten, Mt. 8:20, Luk. 24:39, maar ook een ziel, Mt. 26 : 38, geest, Mt. 27:50, Luk. 23:46, Joh. 13:21, bewustzijn, Mk. 13:32, en wil, Mt. 26 : 39, Joh. 5 : 30, 6 : 38 enz. Het Apollinarisme werd daarom door de Christelijke kerk en theologie ten allen tijde veroordeeld: zij begrepen het belang, dat hiermede gemoeid was: totus enim Christus totum assumpsit me, ut toti mihi salutem gratificaret; quod enim inassumptibile est, incurabile est 3).

l) Volgens zijne bestrijders beschouwde Arius het lichaam van Christus als een

Gcoficc dlpvyav, Loofs, Dogm. bl. 236.

*) Loofs, Dogmengescli. 266 v. Krüger, art. Apollinaris in PRE3 I 671-b7b.

3) Damascenus, de fide orthod. III 6. Lombardus, Sent. III 2. Petavius, de incarn. Y. c. 11.

Sluiten