Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeraar en voorbeeld, maar bepaald ook als eene bijzondere openbaring Gods te laten gelden. Zij trachten niet zijne Godheid, tenzij als een waardeeringsoordeel, maar toch zijne Goddelijkheid te handhaven; al was Christus niet Vsog in den zm der kerkleer, Hij was toch ivöeos, vol van God, en God woonde in Hem, als in geen ander schepsel. Deze Goddelijkheid van Christus bestond dus met daarin, dat Hij de Logos was, de Zone Gods in metaphysischen zin, die van eeuwigheid bij den Vader was, noch ook dat Hij in zijn persoon de metaphysische eigenschappen van alomtegenwoordigheid, almacht, alwetendheid enz. deelachtig was; maar zijne Goddelijkheid was hierin gelegen, dat Hij in zedelyken zin een met God was, Gods wil volbracht, zijn koninkrijk op aarde stichtte, en in zijn persoon en werk ons Gods liefde openb;aarde ).. In dien zm heet het dan, dat urbildliche Menschheit und abbüdliche Gottheit één zijn2). Humanity is Divinity viewed from below; Diyinity is Humanity viewed from above3). Every son of man is po entially also a son of God, but the union was deepest and completest m the Galilean. The Humanity of God, the Divinity of man «the essence of the Christian revelation; it was truly a manifestation

°f M^dêze beschouwingen wijken op bedenkelijke wjjze af van wat de Heilige Schrift over den persoon van Christus leert. Me mag eenige sympathie koesteren voor de poging, om meer dan m het rationalisme der achttiende eeuw geschiedde, aan den persoon van Christus recht te laten wedervaren; maar men kan daa^ \°C het oog niet sluiten voor het diepe verschil, dat tusschen deze van den goddelijken mensch Jezus en de Schriftuurlijke behjderns van Christus als den eengeboren Zone Gods bestaat. Al is het. waar dat Christus, inzonderheid bij Paulus, eenri.door zgne. opsfmdrng intreedt in het volle Zoonschap, Hom. 1:4 cf. Hd. 2 86 5.31, Heer uit den hemel en levendmakende Geest wordt, I C . . , 2 Cor 3-17, en een naam boven allen naam ontvangt, Phil 2 9, ontkent Panln, in het minst niet, dat Chnstns ook voor

I^Kaftan, ofschoon hij voor Chri8tuS den naam van God_ behouden wil, Dogm. bl. 427, 430, 431. Verg. C. Stange, Der dogm. Ertrag Theol. nach Julius Kaftan. Leipzig 1906 bl. 110 v.

2) Eoltzmann, Neut. Theol. II 94.

3) R. J. Campbell, The new Theology. Popular ed. bl. b7.

4) Sir Oliver Lodge, The subatance of faith allied wit scien

Methuen bl. 87, 89.

Sluiten