Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kon de Schrift nooit gezegd hebben, dat de Logos vleesch geworden is en dus is. Bij Nestorius is daarom de yereeniging tusschen God en' mensch in Christus niet eene persoonlijke en natuurlijke, maar eene zedelijke; zij blijven altijd twee onderscheidene subjecten, hoezeer zij zedelijk ook steeds meer één mogen worden. En zelfs deze zedelijke vereeniging is niet uitgangspunt, maar einddoel en resultaat; zij is nog niet eens, als bij Origenes, vrucht van de verdienste der praeëxistente ziel, die niet gevallen is, maar zich de vereeniging met den Logos in haar voorbestaan verworven heeft '), doch zij komt langzamerhand in het aardsche leven van Jezus tot stand en hangt van allerlei voorwaarden af, zy is van de vereeniging Gods met andere menschen slechts gradueel onderscheiden; dat is, Christus verliest zijne geheel eenige plaats, Hij is slechts een mensch, in wien God zich meer dan in anderen openbaart; de idee van den Godmensch gaat te loor en het verlossingswerk wordt ondermijnd. Het Nestorianisme is aan het Deïsme en Pelagianisme verwant.

Chalcedon sprak daarom terecht uit, dat de vereeniging der Goddelijke en menschelijke natuur in Christus uêtaioezog en ctywotijiog was. Maar evenzeer hield zij tegenover de andere richting staande, dat zij was ax^smog en drsvyy^vxoz. Tegenover Nestorius verdedigde Cyrillus, dat de vereeniging in Christus niet eene zedelijke was, maar eene svwdig xaxa <pvoiv of xct& vtcogtugiv, eene evmoig (pvaixrj: maar wijl hij de woorden nooamnov, vnoGxaaig, cpvffig nog niet zoo duidelijk als lateren onderscheidde, aarzelde hij om van óvo cpvaeig in Christus te spreken en zeide hij ook wel, dat Christus ex óvo (fvascov één is geworden, dat Hij fua yvaig is, en dat Goddelijke en menschelijke natuur in Hem vereenigd zijn slg iv xi, dg iuccv over tav. Dit kon misverstaan worden, en werd misverstaan door Eutyches, volgens wien beide naturen door en na de vereeniging elk hare bijzondere eigenschappen verliezen en veranderd en omgesmolten werden in ééne nieuwe Godmenschelijke natuur 2). Aan dit monophysitisme is in den nieuweren tijd de leer der xsvwaig verwant. Zij werd voorbereid door de Luthersche leer van de communicatio idiomatum, werd verder ontwikkeld door Zinzendorf 3), en dan in

*) Origenes, de princ. II 6, 3. c. Cels. \I 47.

2) Schwane, D. G. II 351 v. Loofs, art. Eutyches in PRE3 V 635—647 en Dogmengesch.4 bl. 291v, 297 v.

3) Plitt, Zinzendorfs Theologie II 166 v.

Sluiten