Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder is er in Christus eene zedelijke ontwikkeling. Tkeodorns van Mopsuestia, Nestorras en allen, die uitgaan van de mensclielijke natuur van Christus, nemen aan, dat Hij door allerlei strijd en verzoeking zich volmaakt heeft. Jezus was niet positief heilig, Hij bracht niet mede het non posse peccare; integendeel zulk eene aangeborene heiligheid is onmogelijk en ethisch waardeloos. Maar Jezus was een mensch, die de mogelijkheid van zondigen meebracht, doch door zedelijke inspanning en strijd zich van alle zonden feitelijk heeft vrij gehouden, zich ethisch tot het hoogste standpunt ontwikkeld en de vereeniging met God zich waardig gemaakt heeft ')Deze voorstelling berust echter op een feitelijk niet rekenen met de Godheid van Christus ; zij gaat uit van de verkeerde gedachte, dat er geene andere deugd is dan die door strijd verworven wordt, en zij brengt het hoogstens slechts tot eene historische, feitelijke zondeloosheid, die voor Jezus als Middelaar ongenoegzaam is. De pogingen, om Jezus' zondeloosheid louter historisch te bewijzen 2), zijn niet waardeloos, maar wel onvoldoende 3). Aan historische zeker-

Chr. Gl. 1897. Lemme, Jesu Irrthumslosigkeit Gross—Lichterfelde 1907. J.Denneyr art. Authority of Christ in Hastings' Dict. of Christ I 146—153. D. Tl. Forresl, The authority of Christ. Edinburgh Clark 1906.

>) Schicane, D. G. II 319, 325. Dezelfde bedenking tegen Jezus' zondeloosheid keerde later bij het rationalisme, met name ook bij Kant, Fichte, Strausz terug. Daarbij komen dan nog de argumenten, ontleend aan de verzoekingen van Jezus, welke zijne verzoekbaarheid onderstellen; aan verschillende feiten uit-zijn leven, die zijne onvolmaaktheid in het licht zouden stellen, zooals het zich laten doopen, Mt. 3:13, de verhouding tot zijne ouders, Luk. 2:49, Joh. 2:4. Mk. 3:33, zijn optreden in den tempel, Joh. 2: 15, Mt. 21:12, zijne scherpe bestraffing van de Farizeën, Mk. 23:13 v., zijn verderven van de zwijnen, Mt. 8 : 31, zijn vloek over den vijgeboom, Mt. 21:19, inzonderheid bij Pécaut, Le Christ et la conscience 1859 en Renan, Vie de Jésus 1863; en eindelijk ook nog argumenten, die zoeken te bewijzen, dat Christus, om onze Middelaar te zijn, met ons onder de erfschuld geboren moest worden, en zondig vleesch aannemen moest. Zoo o. a. Edward Irving en vooral ook Bula, wiens gevoelen besproken en weerlegd is door Kuyper, De vleeschwording des Woords.

2) Zooals van Ullmann, De zondeloosheid van Jezus. Tiel 1851. Dorner, Ueber Jesu sündlose Vollkommenheit, Jahrb. f. d. Theol. VII 1862 S. 49 107. Art. Sündlosigheit Jezu in Herzog 1 suppl. Gouda Quint, De zondeloosheid des Heeren 1862. Schaf, Jezus Christus, het wonder der geschiedenis 1866. Van Oosterzee, I.even v. Jezus I 569 v. Dogm. § 93. Chapuis, La Sainteté de Jésus, Revue de théol. et de philos., Juillet, Sept. Nov. 1897. Max Meyer, Jesu Sündlosigkeit (Bibl. Zeit. und Streitfr. II 8). Stalker, art. in Hastings Dict. of Christ II 636 639. E. A. Runiball, Hibbert Journal April 1907 bl. 600—605.

3) Philippi, Kirchl. Glauhenslehre IV 161.

Sluiten