Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om zich in den strijd om het bestaan te handhaven en tegen de gewelddadige machten zich te beschermen; hij staat niet alleen, maar leeft in eene gemeenschap; hij kan zich met anderen verbinden en in eendracht macht zoeken; hij heeft een hoofd, om te denken, en eene hand, om te werken, en kan door arbeid en strijd zijne plaats in de wereld veroveren, bevestigen en uitbreiden. Maar opmerkelijk is, dat hij aan al die hulpmiddelen niet genoeg heeft; hoe ver de mensch het ook in cultuur gebracht moge hebben, hij werd er nooit door bevredigd en bereikte er de verlossing niet mede, naar welke hij dorst. Want alle cultuur bevredigt, maar schept en wekt ook behoeften. Terwijl zij hem eenerzijds een trotsch bewustzijn verschaft, dat hij het reeds zoover heeft gebracht, geeft zij hem andererzijds een steeds klaarder besef van den langen, langen weg, die nog af te leggen valt. Naarmate de mensch de wereld aan zijne voeten onderwerpt, voelt hij zich te meer afhankelijk van die hemelsche machten, tegen welke hij met zijne beperkte kracht en kleine middelen niets vermag. In dezelfde mate, als hij problemen oplost, ziet hij de raadselen van wereld en leven in aantal en ingewikkeldheid toenemen. Als hij droomt van vooruitgang en beschaving, opent zich tegelijk voor zijn blik de onbestendigheid en de ijdelheid van het bestaande. De cultuur heeft hare groote, onberekenbare voordeelen, maar zij brengt ook hare eigenaardige bezwaren en gevaren mede. „Hoe overvloediger de weldaden der beschaving ons toestroomen, des te leeger wordt ■ons leven" x).

Daarom heeft altijd naast de cultuur de religie bestaan ; of liever de religie ging aan de cultuur vooraf, en de cultuur kwam overal onder den invloed der religie tot aanzijn en ontwikkeling. Wanneer de krankheden door de cultuur veroorzaakt werden, zou zeker cultuur niet anders dan door cultuur te genezen zijn 2). Maar de krankheden zijn eigen aan het menschelijk hart, dat altijd door hetzelfde blijft, en de cultuur brengt ze slechts tot openbaring; met al haar rijkdom en macht toont zij slechts, dat het hart van den mensch, waarin God de eeuw heeft gelegd, zoo groot is, dat het door de gansche wereld niet bevredigd worden kan. De mensch zoekt eene andere, betere verlossing, dan die de cultuur hem verschaffen kan; hij zoekt een duurzaam geluk, een bestendig, eeuwig goed; hij

^ Heymans, De toekomstige eeuw der psychologie. Gron. 1909 bl. 9. 2) Heymans, t. a. p. bi. 15.

Sluiten