Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nes, ówqov, Isqhov , nqoGff oou, ^rtrta, zeXsvrj, oblatio, sacrificium, maar verschaffen over oorsprong en wezen van de offers weinig licht. Vandaar, dat allerlei hypothesen opgesteld zijn, om hiervan eenige verklaring te geven. In vroeger tijd legde men vooral op het destructieve element in de offerande nadruk en schreef men daarom aan alle offers een verzoenend karakter toe (de expiatorische theorie)1), of zag men in de offerande eene gave, welke de mensch ten teeken van zijn eerbied en onderwerping, van zijne zelfverloochening en toewijding aan de Godheid aanbiedt (de symbolische theorie) 2). Deze beide theorieën gaan stilzwijgend uit van de gedachte, dat de mensch van den beginne af eenige kennis van God heeft gehad, en hetzij meer door zijn schuldbesef hetzij meer door zijn gevoel van dankbaarheid tot het brengen van offeranden genoopt werd. Maar de evolutieleer laat niet toe, om de eerste menschen reeds met zulk eene kennis toe te rusten, en heeft dus tot het opstellen van gansch andere hypothesen geleid. Sommigen verklaren het offer uit de gezindheid van den mensch, om degenen, die boven hem geplaatst zijn, een aanvoerder, een vorst, en zoo ook de Godheid, door een of ander geschenk gunstig te stemmen en hunne hulp zich te verzekeren (do ut des, gift- of geschenktheorie) 8). Daarbij meenen velen dan nog, dat de menschen de goden eerst geheel aan zichzelven gelijk dachten, en hun daarom in de offeranden vooral voedingsmiddelen aanboden (spijstheorie) 4). Anderen huldigen de mystische of sacramenteele theorie, en achten het wezen van een offer niet gelegen in eene gave aan, maar in de oefening van gemeenschap met de goden, met wie men aanzit aan denzelfden disch en dezelfde spijze en drank nuttigt5). Deze laatste theorie wordt dan nog nader ontwikkeld, doordat men ze in verband brengt met het bij vele volken voorkomende, primitieve geloof, dat het

') Zoo Bellarminus, Vasquez en vele Roomsche theologen, verg. Thalhofer, Das Opfer des alten und neuen Bundes. Regensburg 1870. Id„ Handbuch der Kath. Liturgik. Freiburg 12 197 v.

2) Wuttke, Gesch. des Heidenthums I 127 v.

') Ch. de la Saussaye, Lehrb. der Religionsgesch. I 101 v. Von Hartmann, Religionsphilos. I 35. H. Spencer, Principles of Sociology § 139 v., volgens wien dan nader de offeranden zich ontwikkelden uit de gaven van voedsel, drank enz., die aan de dooden werden medegegeven.

4) \ on Hartmann, t. a. p. Siébeck, Religionsphilos. bl. 279.

5) W. S. Smith, Die Religion der Semiten 1899 bl. 206 v. Smend, Altt. Rel. bl. 24. Marti, Israël. Relig.3 bl. 36. Pfleiderer, Religionsphilos.3 bl. 648.

Geref. Dogmatiek III. oq

Sluiten