Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt te betwijfelen, of de Joodsche theologie vóór Jezus' komst deze twee lijnen in de profetie reeds liet samenvallen en alzoo een lijdenden Messias verwachtte '). Al is dit in sommige kringen zeker wel het geval geweest, inhoud van het volksgeloof was de verwachting van een lijdenden Messias toch niet; Jezus' discipelen toonen er zich geheel onvatbaar voor, Mt. 16:22, Luk. 18:34, 24: 21, Joh. 12 : 34.

37G. Volgens het N. T. loopen al deze verschillende getuigenissen van wet en profetie op Christus uit; het gansche O. T. wordt principiëel in Hem vervuld; in Hem zijn alle beloften Gods ja en amen, Rom. 15 :8, 2 Cor. 1:20. Hij is de ware Messias, de koning uit Davids huis, Mt. 2 : 2, 21: 5, 27 :11, 37, Luk. 1 : 32 enz.; de profeet, die den armen het Evangelie verkondigt, Luk. 4:17v.; de priester, die volgens den brief aan de Hebreën in zijn persooD, zijn ambt, zijne aanstelling, zijne offerande, zijn heiligdom de O. T. priesterschap zeer verre overtreft, de knecht des Heeren, die als een dovkog, Phil. 2:7, 8, kwam om te dienen, Mk. 10:45, zich od der wierp aan de wet, Gal. 4:4, alle gerechtigheid vervulde, Mt. 3:15, en gehoorzaam was tot den dood des kruises toe, Rom. 5 .19, Phil. 2 : 8, Hebr. 5 :8. Als zoodanig maakte Jezus onderscheid tusschen het Godsrijk, gelijk het thans door Hem in geestelijken zin werd gesticht en gelijk het eens in heerlijkheid zou geopenbaard worden; tusschen zijne eerste en tweede komst, die voor de O. T. profetie nog samenviel; tusschen zijn werk in den staat der vernedering en dat in den staat der verhooging. De Christus moest

) II iinsche, Die Leiden des Messias. Leipzig 1870. G. Dalman, Der leidende und der sterbende Messias der Synagoge im ersten nachchristl. Jahrtausend. Berlin 1888. Weber, Syst. s. altsyn. u. pal. Lit. bl. 344 v. Schürer, Gesch. des jüd. Yolkes II 3 553 v. Baldensperger, Das Selbstbew. Jesu bl. 121 v. Orelli, art. Messias in PRE 3. Holtzmann, Neut. Theol. I 65 v. Voor de verzoening der zonden, in Bijbelschen zin was in de leer van het Jodendom ook geene plaats meer; zonden werden goedgemaakt door boete, (die wederom als een werk werd opgevat), belijdenis, vasten, straftijden, aalmoezen, thorastudie enz.; zulke zonden die bij dit alles onverzoend bleven, werden goedgemaakt op den grooten verzoendag, en voorts moest de mensch zijne gerechtigheid zelf verwerven door het onderhouden der wet; wanneer hij dit deed, verdiende hij loon bij God. En de verwachting aangaande den Messias bepaalde zich daartoe, dat deze het volk van Israël aan het einde recht doen zou en het verheffen zou boven alle volken der aarde. Zie Weber, Syst. usw. c. 19 v.

Sluiten