Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door lijden in zijne heerlijkheid ingaan, Luk. 24:26. Het werk, dat Hij thans in den staat der vernedering volbrengt, wordt in het N. T. veelzijdig beschreven. Het is een %ot-, door den Vader Hem opgedragen, Joh. 4: 34, 5 : 36, 17 : 4; het bestond in het algemeen in het volbrengen van Gods wil, Mt. 26 : 42, Joh. 4. 34, 5. , 6 : 38, en omvatte dan nader de verklaring Gods, Joh. 1:18, de openbaring en verheerlijking van zijn naam, 17 .4, 6, 26, de mede deeling van Gods woorden, 17:8, 14 enz. Christus is een proleet, machtig in woorden en werken, Luk. 24:19; Hij is geen novus legislator, maar Hij verklaart de wet, Mt. 5—7, 22 : 40, Luk. 9 . 23, 10:28, Joh. 13:34, 1 Joh. 2:7, 8, verkondigt het Evangelie, Mt. 12 ; 16 21, Luk. 4:17—21, en predikt in beide zichzelven als vervuiler der 'wet en inhoud van het Evangelie. Hij is de wet en het Evangelie in eigen persoon. Hij is geen profeet slechts door hetgeen Hij spreekt, maar allereerst door hetgeen Hij is. Hij is de Logos, Joh. 1:1, vol van genade en waarheid, Joh. 1:18, gezalfd met den Geest zonder mate, 3:34, de openbaring des Vaders, Joh. 1^.9, Col. 2:9. Bron van zijne prediking is Hijzelf, is niet de inspiratie, maar de incarnatie. Gods Geest kwam maar niet over Hem, sprak zelfs niet met Hem, zooals met Mozes, van aangezicht tot aangezicht, doch God was in Hem en sprak door Hem, Hebr. 1: 3. Hij is niet een profeet naast anderen, maar de hoogste, de eenige profeet; bron en middelpunt van alle profetie; en alle kennisse Gods, in het O. T. vóór zijne vleeschwording, en ook thans m het N. T. na zijne opstanding en hemelvaart, is uit Hem, 1 Petr. 1:11, 3 :19, Mt. 11: 27. Vervolgens omvatte de wil Gods, dien Jezus kwam volbrengen, ook de wonderen, die Hij deed; het ééne werk valt in vele èqya uiteen, Joh. 5:36, die werken zijns Vaders zijn, 5 : 20, 9 : 3, 10 : 32, 37, 14 :10, bewijzen, dat de Vader Hem liefheeft' en in Hem is, 5:20, 10: 38, 14:10, getuigen, dat de Vader Hem gezonden heeft, 5 : 36, 10 : 25, en zijne Goddelijke heerlijkheid openbaren, 2:11, 11:4,40. Ja, Hij doet niet alleen wonderen, maar Hij is zelf in zijn persoon het absolute wonder; als de menschgeworden, van den H. Geest ontvangen, opgestane en verheerlijkte Zone Gods is Hij zelf het grootste wonder, middelpunt van alle wonderen, auteur van de herschepping aller dingen, eerstgeborene

uit de dooden, in allen de Eerste, Col. 1.18.

Voorts omvat de wil Gods vooral, dat de eengeborene Zoon des Vaders het leven aflegge voor de zijnen, Joh. 10:18. Het N. Test. ziet in Christus' dood eene offerande, en de vervulling van den ü. .

Sluiten