Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oiïtercultus '). Hij is het ware bondsoffer 5 evenals het oude verbond werd bevestigd door het bondsoffer, Ex. 24:3—11, zoo is het bloed van Christus het bloed des nieuwen testaments, Mt. 26 :28, Mk. 14:24, Hebr. 9:13v. Christus is eene 1'J-vffia, nar, het slachtoffer voor onze zonden, Ef. 5 : 2, Hebr. 9 : 26, 10 :12; eene jiQocyoQa, ÓÜ3QOV, 1^-175, rin:n, Ef. 5:2, Hebr. 10:10, 14, 18; een Xvzoov, dvTdvzQov, Mt. 20:28, Mk. 10:45, 1 Tim. 2 : 6, vertaling van de Hebr. woorden nito, ""na, leb, en dus aanduidende een losprijs, losgeld, om iemand los te koopen uit de gevangenis, en vandaar zoenmiddel, om door eene offerande anderer zonde te bedekkenen zoo hen te redden van den dood; eene n/irj, 1 Cor. 6:20, 7:23, 1 Petr. 1:18, 19, een prijs, die voor de loskooping betaald is; een zondoffer, dat voor ons tot zonde is gemaakt, 2 Cor 5 :21, 1 Joh. 2:2, 4:10; het paaschoffer, dat voor ons is geslacht, Joh. 19:36, 1 Cor. 5:7, het lam Gods dat de zonde der wereld draagt en daarvoor geslacht is, Joh. 1:29, 36, Hd. 8: 32, 1 Petr. 1:19, Op. 5:6 enz; het IkaarrjQiov, Rom. 3 :25, d. i. niet het verzoendeksel, n~1-?, al is dit woord ook zoo in LXX overgezet, wijl er geen beter aequivalent in het Grieksch te vinden was, maar datgene, wat tot verzoening dient,. zoenmiddel 3), of scil. xJ-v/xa^ zoenoffer 8); een xccr/x^a, Gal. 3:13, die den vloek der wet van ons overnam; als de slang in de woestijn, aan het kruis verhoogd, Joh. 3:14, 8. 28, 12 . 33, en als een tarwegraan, in de aarde stervende, om alzoo veel vrucht te dragen, Joh. 12 :24. De betrekking, waarin

l) Jede Opferart hat ihre besondere Grundidee. Die Grundidee der -bil' ist die oblatio oder die Dargabe der Anbetung; die der die conciliatió oder

Gemeinschaftsknüpfung; die der iin:n die donatio oder heiligende Widmung; die des nNc.n die expiatio oder Sühne; die des OïjiJ die muleta (satisfactio) oder gutmachende Zahlung. Unter alle diese Gesichtspunkte fallt die Selbstdahingabe des Knechtes Jahve's. Delitzsch, Comm. über Jesaia 2 bl. 551.

") Naar aanleiding van F. Spitta, die in zijne Streitfragen der Geschichte Jesu. Göttingen 1907 ö dfivog rov »eov in Joh. 1: 29 niet door lam, maar door ram wil vertalen, zoodat deze tekst Jezus niet als offerdier, maar als aanvoerder (belhamel) zou aanduiden, schreef Br. H. Oort een artikel in het Theol. Tijdschr. 1908 bl. 1 10: Iets over het Lam Gods, waarin hij terecht de meening van Spitta bestrijdt. Op voetspoor van anderen ziet Drews, Die Christusmythe bl. 67 v. in het apocalyptische lam een symbool van Agni (Mitbra).

3) A. Deismann, tlaarrjQiog und i/.uGi^oiov, eine lexikalische Studie, Zeits.

f. die neut. Wiss. IV 1903 bl. 193—212. Ritschl en anderen vertalen het woord

nog altijd door verzoendeksel, maar zie daartegen Zalin en Sanday-Headlam in

hunne commentaren op Rom. 3: 25.

Sluiten