Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen wien wij gezondigd hadden, hersteld, den Vader voor ons verzoend, onze ongehoorzaamheid door zijne gehoorzaamheid goedgemaakt en de vergeving der zonden in het geloof ons geschonken heeft '). En dergelijke opvatting van het lijden van Christus als een offer voor onze zonden, dat ons de gerechtigheid en het leven verwierf, komt ook bij Origenes, Athanasius, Cyrillus, Q-regorius Nyss, Damascenus voor2). Ook in het Westen werd deze voorstelling overgenomen en verder ontwikkeld. Tertullianus zag in de religie eene rechtsverhouding, waarin de mensch aan Gods wet is onderworpen en voor overtredingen aan G-od door de poenitentia heeft te voldoen; evenals in de triniteit, zoo bracht Tertullianus m de leer van de boete verschillende termen in zwang, deo offenso satisfacere, deum iratum placare, reconciliare, deum promeren enz., die nog wel niet door hemzelven, maar toch reeds door Cypnanus, Hilarius, Ambrosius e. a. op Christus en zijne offerande werden toegepast3). Augustinus telde verschillende vruchten van Christus offerande op, die alle hierop neerkomen, dat zij eenerzijds ons bevrijd heeft van schuld, smet, dood en duivel en andererzijds ons verlichting, leven en zaligheid geschonken heeft. Naast de ethische, de mystische en de loskoopingstheorie komt ook de juridische of satisfactorische bij hem voor. Christus is mediator, reconciliator, redemptor, salvator, medicus, pastor enz., Hij is sacerdos en sacnficium tegelijk; Hij is het ware en eenige offer voor de zonden ); zelf zonder schuld, nam Hij onze straf over, om daarmede onze schuld te betalen en aan onze straf een einde te maken 5). Delicta nostra sua delicta fecit, ut justitiam suam nostram justitiam faceret. Zijne maledictio is onze benedictio; Christus de te sibi habebat carnem, de se tibi salutem, de te sibi mortem, de se tibi vitam, de te sibi contumelias, de se tibi honores 6).

!) Irenaeus, t. a. p. V 17, 1. .

A Thomasius, Christi Person und Werk II 125v. Over Cyrillus: . etg , Heilslehre des H. Cyrill v. Alex. Mainz 1905. Over Gregorius Nyss.: Aufhauser, Die Heilslehre des H. Greg. v. N. München 1910.

3) Harnack, D. G. III 15v. Verg. I 524.

4) Augustinus, de civ. Dei X 6. Enchir. 33. 41.

5) Augustinus, c. Faust. Manich. XIV 4.

•) Augustinus, Enarr. in Ps. 60. Verg. Kühner, Augustins Anschauung v. d. Erlösungsbedeutung Christi. Heidelberg 1899. O. Scheel, Die Anschauung August,ns über Christi Person und Werk. Tübingen 1901. Gottschick, Augustins Anschauung von den Erlöserwirkungen, Zeits. f. Th. u. K. 1901 bl. 97-213. Scheel besprak deze verhandeling van Gottschick in Theol. Stud. u. Krit 1904 bl. 401-433

Sluiten