Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortzettende openbaring, welke thans nog het deel der geloovigen is, en de Christelijke religie uit den kinderlijken in den mannelijken leeftijd doet overgaan. In de dualistische, pantheïstische, apocalyptische en libertinistische secten der Middeleeuwen bleef er evenzoo voor Christus geene andere beteekenis over, dan dat Hij in zijn tijd aan de menschen hun ware wezen en bestemming had geopenbaard, waardoor zij nu zelf in het tijdperk des Geestes worden kunnen wat Christus was; wat de Schrift van Christus leert, wordt in elk Christen verwezenlijkt; het eigenlijk sterven en opstaan van Christus heeft plaats in de wedergeboorte van iederen mensch. Al deze gedachten werkten na in de eeuw der Hervorming en leidden tot eene sterke bestrijding van de leer van Luther en Calvijn. Niet de Christus voor ons, maar de Christus in ons, niet het "Woord, maar de Geest was het wezen der religie. Osiander leerde, dat Christus de eeuwige, Goddelijke wezensgerechtigheid in zijne menschelijke natuur had medegebracht, en deze den zijnen door het geloof instort en alzoo hen rechtvaardigt x). Carlstadt, Franck, Schwenckfeld, "Weigel e. a. zagen in het vertrouwen op Christus' toegerekende gerechtigheid eene gevaarlijke dwaling; onze zaligheid ligt niet in hetgeen Christus buiten en voor ons, maar in wat Hij in en door ons doet, in de mystieke gemeenschap met God2). Deze mystieke opvatting van de verlossing door Christus vond ook later bij velen ingang. Böhme beschouwde den toorn Gods en den dood als reëele, physische machten, welke Christus door zijn dood verwonnen heeft en in wier plaats Hij een nieuw Goddelijk leven in de menschheid uitstort 3). Bij de Kwakers heeft de verlossing wel haar oorzaak in Christus, maar Christus is zelf niet anders dan de saamvatting van de genade en het licht in de menschheid; de eigenlijke, ware verlossing is die, welke in ons geschiedt 4). Antoinette Bourignon en Poiret noemden het plaatsvervangend lijden onmogelijk en onbehoorlijk; Christus kwam niet op aarde om voor ons te voldoen, maar om ons Gods vergevende liefde te prediken en door zijn leer en voorbeeld ons van zonde te reinigen 5). Evenzoo vatte J. C. Dippel het lijden en sterven van

1) Verg. art. Osiander in PRE3 XIV 501 v.

2) Erbkam, Gesch. der protest. Sekten bl. 247 v. 340 v. 441 v.

3) Joh. Claassen, J. Böhme, sein Leben u. Reine theos. Werke III 31—76.

4) Barclay, Verantwoording van de ware Ohrist. Godgel. Amst. 1757 bl. 154.

5) M. Yitringa, Doctr. VI 51.

Sluiten