Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn en elk ambt de beide andere reeds in zich begrijptx). Töllner vernieuwde alle Sociniaansche bedenkingen, niet alleen tegen de dadelijke gehoorzaamheid van Christus, maar tegen heel de leer der voldoening 2). En met hem betoogden Bahrdt, Steinbart, Eberhard, Löffler, Henke, Wegscheider, Hobbes, Locke, Chubb, Coleridge, John Taylor, Priestley enz., dat Christus geene openbaring was van Gods gerechtigheid, maar van zijne liefde en barmhartigheid; dat God de zonde niet straft dan met zulke natuurlijke straffen, welke uit de zonde vanzelve voortvloeien en een paedagogisch karakter dragen; dat de leer der plaatsvervanging eene onzinnige gedachte is van Augustinus en Anselmus en in de Schrift in het geheel niet of alleen uit accommodatie, in O. T. symbolen, voorkomt; dat de dadelijke gehoorzaamheid van Christus, indien ze plaatsvervangend ware, onzerzijds alle geloof, bekeering, zedelijke verbetering onnoodig maken zou; en vooral, dat vergeving der zonden, kindschap Gods, en rechtvaardigmaking niet aan de zedelijke vernieuwing of heiligmaking vooraf kunnen gaan, maar daarop volgen moeten en daarvan afhankelijk zijn 3). De religie werd gebouwd op de moraal; het zwaartepunt uit het objectieve in het subjectieve verlegd; Versöhnung van Erlösung afhankelijk; God een dienaar van den mensch. Zoo kon de dood van Christus alleen nog zijn een voorbeeld van deugd en bevestiging der waarheid (Eberhard, Löffler), of eene opoffering ten bate der menschen en een bewijs van Gods liefde (Schwarze), of eene factische verklaring Gods, dat Hij aan wie zich bekeert, de zonden vergeven wil (Morus, Koppen, Klaiber, Staudlin), of een middel om vertrouwen op God te wekken en van de zonde af te schrikken (Töllner, Egeling), of ook, om ons van de verkeerde gedachte, dat God toornt en straft, te bevrijden (Steinbart), of eene symbolische voorstelling van de vrijwillige overname door den zedelijken mensch van de straf, die hij in zijn zondigen toestand heeft verdiend (Kant)*).

379. In de nieuwere theologie heeft het niet ontbroken aan

x) Ernesti, de officio Christi triplici. Opusc. Theol. 1773 bl. 413.

2) Töllner, de obedientia Christi activa commentatio 1755.

3) Verg. bijv. Wegscheider, Inst. § 140—142. Hobbes, Leviathan ch. 41.

4) Van der Willigen, Oordeelk. Overzigt over de versch. wijzen, op welke men zich heeft voorgesteld het verband tusschen den dood van J. C. en de zaligheid der menschen, Godg. Bijdr. II 1828 bl. 485—603. Bretschneider, Syst. Entw. 608 v. Baur, Chr. Lehre v. d. Versöhnung 478 v. Bitschl, Eechtf. u. Vers. I cap. 7. 8.

Sluiten