Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

profeet, en zich voor de zijnen Gode opgeofferd als priester. Christus stond n.1. in eene gansch bijzondere verhouding tot God, Hij maakte het doel Gods, om de menschen te vereenigen tot een rijk Gods, tot zijne levenstaak; en heel zijn leven, lijden en sterven moet onder dit gezichtspunt opgevat worden, als een zedelijk beroep, dat Hij vervulde, niet als een borgtocht of middelaarschap, als eene plaatsvervanging voor ons. In die zedelijke levenstaak ging Jezus op, daaraan wijdde Hij zich geheel, Hij bleef er trouw aan tot in den dood toe. Alzoo levende, heeft Hij Gods wil volbracht, zijn doel met de menschheid gerealiseerd, zijne liefde, genade, trouw geopenbaard, en tegelijk in dit vasthouden aan zijne levenstaak tot in den dood toe, zich ten bate der zijnen Gode opgeofferd en toegewijd. Door deze zyne zedelijke gehoorzaamheid heeft Christus geene werking op God uitgeoefend, alsof deze van toornig gunstig ware gestemd geworden, noch ook bewerkt, dat de geloovigen losgekocht zyn uit de macht van Satan of van den dood, maar wel verkregen, dat allen, die evenals Christus Gods wil tot den hunnen maken, in zijne gemeenschap het schuldbewustzijn, het ongeloof, het wantrouwen, de verkeerde gedachte, alsof God toornde en strafte, mogen afleggen en in weerwil van hunne zonden aan Gods liefde en trouw gelooven en in de vergeving der zonden roemen mogen (rechtvaardiging), en daarna ook zeiven positief kunnen ingaan in de nieuwe verhouding, waarin God tot hen staat, en alle vijandschap tegen God kunnen afleggen1).

Er is geen lang betoog voor noodig, om te doen inzien, dat de persoon en het werk van Christus in de theologie van Ritschl nog minder dan bij Schleiermacher tot hun recht kwamen. Want heel zijne soteriologie komt hierop neer, dat Christus, die op geheel eenige wijze den Vader kende, voortdurend in zijne gemeenschap leefde en zijn zedelijk doel met de menschheid tot zijn doel maakte, in zijn leven en vooral in zijn sterven deze bedoeling Gods ons kenbaar gemaakt, bevestigd en gewaarborgd heeft. Van eene straf der zonde, door Hem gedragen, van eene verzoening, door Hem teweeggebracht, kan en behoeft er ook geene sprake te zijn, want God is liefde; het eenige, dat noodig was, bestond hierin, dat Christus door zijne volmaakte gehoorzaamheid en tot in den dood gehandhaafde beroepstrouw, alle wantrouwen, vrees, schuldgevoel, verwijdering van God

Ritschl, Rechtf. u. Vers.2 II 34 v. III voorr.1 Kap. 6—8. Unterricht in der Chr. Rel.2 § 40 v.

Sluiten