Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord niet noodzakelijk als straf, maar als opvoedingsmiddel1). Hoe hij echter daartoe dienen kon en dienen moest, blijft geheel in het duister; een beroep op de feiten van het ontstaan der gemeente, van de bekeering en het geloof, de rechtvaardigmaking en de wedergeboorte is niet voldoende, want deze zijn alle van den beginne af op eene gansch andere waardeering van Christus1 dood gegrond, dan die Kaftan eraan toekent2). Nog sterker dan bij Kaftan, kwam later bij Harnack uit, dat de dood van Christus voor de zaligheid der gemeente geene hoogere dan eene historische en psychologische beteekenis heeft. Het Evangelie toch, dat Jezus verkondigde, bevatte immers niets over zijn eigen persoon, maar had alleen tot inhoud de vaderliefde Gods en de oneindige waarde der menschelijke ziel. Wel is Hij voor anderen de leidsman tot den Vader, de persoonlijke verwerkelijking en de kracht van het Evangelie, maar Hij behoort niet zelf als een bestanddeel in het Evangelie thuis 3).

380. Ook in andere landen werden soortgelijke pogingen tot mystische of ethische reconstructie van de leer der verzoening beproefd. Hier te lande bestreden de Groninger Godgeleerden de satisfactie als eene bloedtheologie, die met het wezen Gods in strijd was ; zij zagen in den dood van Jezus, die door de menschen Hem aangedaan, door Jezus zelf ondergaan en door God niet gewild, maar toegelaten was, eene openbaring van Gods liefde, een bewijs van Jezus' volmaaktheid en van de zonde der menschen; hij werkte in dien zin als een middel des heils, dat hij de menschen voor hunne eigen boosheid schrikken deed en hen alzoo leidde tot berouw en tot betering des levens 4). Chantepie de la Saussaye sprak over de leer der verzoening soms nog wel in orthodoxen zin, maar kwam toch spoedig, onder invloed van Schleiermacher en de Vermittelungstheologie, tot de overtuiging, dat zij van den juridisch-scholastischen vorm ontdaan en ethisch vernieuwd moest worden. Christus kon toch niet beschouwd worden als een Middelaar, die m onze plaats de straf der zonde onderging en daardoor aan Gods gerechtigheid voldeed; maar Hij was de Middelaar, omdat Hij in zijn

!) Kaftan, Dogm. 1897 bl. 565—569.

2) Verg. Stange, Der dogm. Ertrag der Ritschlschen Theol. nach Julius Kaftan.

Leipzig 1908 bl. 129 v. Orr, t. a. p. bl. 215 v.

3) Harnack, Das Wesen des Christ. Akad. Ausgabe 1902 bl. 40. . •

4) Hofstede de Groot, De Gron. Godg. bl. 181.

Sluiten