Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugverlangden naar de orthodoxe termen, naar kerkelijke organisatie, naar belijdenis en dogmatiek, en die tegenover de schuld en de macht der zonde behoefte gingen gevoelen aan verzoening en verlossing !). Maar op modern standpunt is voor die behoefte geene voldoening te vinden. Want als de persoon van Jezus niet meer is dan een mensch, zij het dan ook een volkomen heilig mensch, dan kan Hij voor het religieuze leven nooit eene andere en hoogere beteekenis hebben, dan die in het wezen der zaak, zij het ook met verschil van graad, aan alle profeten, apostelen en vrome menschen toekomt "). Blijft men Hem dan toch nog eeren als den Christus, den Zone Gods, den Heer der gemeente enz., dan maakt men zich aan dien sentimenteelen Jezuscultus schuldig, welke door Von Hartmann, Drews, Kalthoff, Yon Schnehen, Naumann e. a. zoo terecht veroordeeld is 3). Vandaar dat velen onder de jonge modernen, door Hegel en Bolland geleid, van de onbekende Jezusfiguur teruggaan tot de nimmer verouderende Christusidee, welke onder andere namen in schier alle godsdiensten voorkomt, aan welke ook het Christendom zijn oorsprong dankt, en die uitdrukking geeft aan de eeuwige gedachte, dat God zelf in wereld en menschheid zich langzamerhand door lijden en sterven van zonde en ellende bevrijdt en zoo tot zijne heerlijkheid ingaat4).

Maar veel meer dan in Duitschland en in ons vaderland is de leer der verzoening in de Engelsch sprekende wereld een geliefkoosd onderwerp. Er gaat geen jaar voorbij, zonder dat daarover nieuwe studiën het licht zien. Tot in het begin der negentiende eeuw toe bleef over het algemeen de oude Protestantsche voorstelling in eere, en bepaaldelijk werd in de Schotsche theologie het werk van Christus in verband gebracht met en als uitvoering beschouwd van het verbond, dat in de eeuwigheid tusschen de drie personen van het Goddelijk Wezen was aangegaan 5). Maar langzamerhand begon

1) Verg. bijv. Hylkema, Hoe te oordeelen over het streven der malcontenten, het besef van zonde te verdiepen, referaat op de verg. van moderne theologen Mei 1905. Agnotus (Prof. Eerdmans), Reactie of Vooruitgang, Th. T. 1908 aflev. 1 en 2. en min of meer daartegen Bruining, Godsdiensten Verlossingsbehoefte, Teylers Th. T. 1910 aflev. 1 en 2.

2) Bruining, in zijne bijdrage tot de: Christusbeschouwingen onder modernen bl. 3—41. De volgende bijdragen van Hugenholtz, van Wijk, Niemeyer, Bruins bevestigen zijn betoog.

3) Drews, Die Ohristusmythe bl. 183.

4) Gr. A. van den Bergh van Eysinga, Christusbesch. onder mod. bl. 225—271.

6) J. Walker, The Theol. and the theologians of Scotland.2 Edinburgh 1888 bl. 67 v.

Sluiten