Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming met den Vader de zonde veroordeelde, en in zijn leven en dood ons toonde, wat de zonde des menschen was voor het vaderlijk harte Gods. Terwijl Hij eenerzijds, krachtens zijne eenheid met God, de zonde veroordeelde en op het gericht Gods zijn Amen uitsprak, beleed Hij in zijne aanvaarding van het lijden aan de andere zijde, krachtens zijne eenheid met de menschheid, onze zonden voor het aangezicht Gods, en bood daarin aan God een volmaakt, plaatsvervangend berouw aan, al ontbrak daarin natuurlijk ook het subjectief element van schuldbewustzijn. Door deze „vicarious repentance" verwierf Christus voor ons de verzoening, welke niet wettelijk, maar zedelijk en geestelijk is van aard en ons niet juridisch toegekend, maar mystisch en ethisch ons medegedeeld wordt1).

Nauw verwant aan deze voorstelling is de verzoeningsleer, die later door Moberly voorgedragen werd. Hij onderzoekt eerst de begrippen van punishment, repentance en forgiveness, en stelt daarbij in het licht, dat ze alle drie eerst dan volmaakt zijn en aan hun idee en bedoeling beantwoorden, als de zondaar de straf zelf als straf aanvaardt, in het berouw met zijn zondig verleden breekt, en door zijne forgiveableness de vergeving zijner zonden mogelijk en werkelijk maakt, m. a. w. als uit den ouden mensch de nieuwe mensch opstaat. Maar daartoe is de natuurlijke mensch uit zichzelf niet in staat. Zoo kwam dan Christus op aarde, om door zijne „penitential holiness," door zijn „sacrifice of supreme penitence de straf der zonde volkomen te aanvaarden en ze in verzoening te veranderen, om eene volmaakte belijdenis der zonden af te leggen en volkomen met haar te breken, en om de vergeving te verwerven, die God alleen in den weg van eene volmaakte belijdenis kan schenken. Eén met God zijnde, kon Hij zoo over de zonde oordeelen en de zonde op zich nemen, maar door zijne eenheid met de menschheid kon Hij ze zoo ook voor ons verzoenen, en dooi zijn Geest, door middel van kerk en sacrament, de verworvene weldaden van verzoening, bekeering en vergeving aan zijne gemeente mededeelen 2). Veel sterker werd nog het zwaartepunt van de objectieve naar de subjectieve der verzoening verlegd door

1) Br. John Mc. Leod Campbell, The nature of the atonement. Cambridge 1856 Gth ed. 1886. Verg. H. F. Henderson, The religious controversies of Scotland. Edinburgh 1905 bl. 147—181: The Row Heresy.

2) R. c. Moberly, Atonement and Personality. London 1901, en later meermalen herdrukt.

Sluiten