Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menigmaal groote smaadheid aangedaan. De geloovigen noemen zich daarom allen samen naar den naam van Christus, wijl deze niet is de persoonlijke, historische, maar de ambtelijke naam, en in gemeenschap met dezen Christus zijn zij zeiven gezalfd tot profeten,

priesters en koningen.

Behalve deze historische en ambtelijke naam, worden aan Christus in de Schrift nog vele andere namen toegekend. Hij heet de Zone Gods, de eeniggeboren, de eigen, de geliefde Zoon, het Woord, het Beeld Gods, afschijnsel zijner heerlijkheid en uitgedrukt beeld zijner zelfstandigheid, het beginsel der schepping Gods, de waarachtige God en het eeuwige leven, God boven alles te prijzen (of misschien juister: God over allen (alles), te prijzen) in der eeuwigheid, Inmanuel; voorts wordt Hij genoemd de Zoon des menschen, de Zoon van Jozef en David, de Nazarener, de Galileër, de heilige en rechtvaardige, de tweede Adam, de Heer uit den hemel, eerstgeborene aller creaturen en eerstgeborene uit de dooden; en eindelijk heet Hij naar zijn ambt en werk de profeet, de meester, de leeraar, de priester, de groote priester, de hoogepriester, de knecht des Heeren, het lam Gods, de koning, de koning der Joden, de koning Israels, de koning der koningen, de Heere, de Heer der heerlijkheid, de Heer der Heeren, het hoofd en de bruidegom der gemeente, de opziener der zielen, de leidsman en voleinder des geloofs, de leidsman der zaligheid, de weg, de waarheid en het leven, het brood des levens, de vorst des levens, de opstanding en het leven, de herder der schapen, de deur der schaapskooi, het licht der wereld, de blinkende morgenster, de leeuw uit Juda's stam, de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde, de rechter van levenden en dooden, de erfgenaam aller dingen, door wien, in wien en tot wien alles geschapen is. Al deze namen bewijzen reeds afdoende de onvergelijkelijke waardigheid en de geheel eenige plaats, welke aan Christus toekomt '). Hij is de middelaar van schepping en herschepping beide.

De naam van ixsaivr^g komt voor in de LXX Job 9:33 van den redder of helper (scheidsman, scheidsrechter), dien Job wenschte, dat tusschen God en hem mocht instaan. In het Nieuwe Testament

i) Kortheidshalve zij voor de beteekenis van al deze namen verwezen naar het reeds vroeger aangehaalde werk van Prof. Würjield, The Lord of Glory. New-York 1907.

Sluiten