Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch bleve niet alleen het lijden en sterven van Christus, dat de Schrift ongetwijfeld als eene straf voor onze zonde voorstelt, geheel onverklaard; maar het woord van Paulus zou dan ook rechtstreeks weersproken worden, dat God daartoe Christus tot een zoenmiddel gaf, opdat Hij zelf rechtvaardig bleke te zijn en rechtvaardigen kon dengene, die uit het geloof van Jezus is. Immers is dit de kern der gedachte in Rom. 3: 21—26, dat thans in het Evangelie G-od zijne gerechtigheid heeft geopenbaard zonder de wet, onafhankelijk van de wet. Naar de wet kon God zijne gerechtigheid niet anders openbaren dan daarin, dat Hij alle menschen veroordeelde, want zij zijn allen schuldig en voorwerpen van zijn toorn; uit de werken der wet kan geen vleesch gerechtvaardigd worden, 3 :19, 20, 23. Maar het wonder van het Evangelie bestaat daarin, dat Hij zijne gerechtigheid openbaart zonder de wet, en zoo, dat Hij zelf rechtvaardig blijft en (niet: desniettegenstaande, maar: krachtens die gerechtigheid) rechtvaardigt dengene, die uit het geloof van Jezus is en in zichzelven, naar de wet geoordeeld, een goddelooze is, 4:5. En dat is nu in dien weg mogelijk geworden, dat God Christus openlijk heeft voorgesteld tot een zoenmiddel, door het geloof, in zijn bloed. Bij de gerechtigheid Gods is dus in dit verband niet te denken aan die deugd Gods, volgens welke Hij naar de wet den zondaar veroordeelt en straft (ofschoon in de dogmatiek de justitia vindicativa gewoonlijk ook tot de gerechtigheid gebracht wordt), maar integendeel aan die eigenschap Gods, volgens welke Hij in het Evangelie dengene, die uit het geloof van Jezus is, vrijspreekt en rechtvaardigt. Hierin komt Gods gerechtigheid het schitterendst uit, dat Hij in het Evangelie, zonder de wet, rechtvaardiglijk vergeeft. Zij staat niet tegenover de genade, maar sluit deze in zekeren zin in; zij baande zich in de zoenoiierande van Christus door het geloof een weg, om den goddelooze uit genade te rechtvaardigen; en de genade, uit welke wij gerechtvaardigd worden, realiseerde zich in den weg van recht en gerechtigheid.

te leiden. Maar als deze weerstaan ten einde toe, dan drijft Gods heilige liefde hen weg en geeft hen aan den ondergang prijs. Toorn, gericht, straf zijn dus Ausdruck und Folge van de liefde. Doch zoo behoudt de gerechtigheid Gods alleen een eschatologisch karakter, wordt zij in hare openbaring afhankelijk van den wil des menschen, en komt de Paulinische gedachte niet tot haar recht dat God, door Christus openlijk voor te stellen als een zoenmiddel door het geloof in zijn bloed, zijne gerechtigheid daarin openbaarde, dat Hij rechtvaardigen kon dengene, die uit het geloof van Jezus is.

Sluiten