Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook weer eene beleediging van Q-od. Maar daarnaast komt zij in de Schrift ook voor als eene misdaad, crimen, een vergrijp tegen de gerechtigheid, eene schennis van de majesteit Gods, welke ons onder zijn oordeel brengt, Rom. 3 :19, en des doods waardig maakt, Rom. 1:32. In dit karakter eischt ze straf en is er zonder voldoening geen vergeving; alleen in den weg van het recht is zij, zoo wat haar schuld en smat als wat haar macht en heerschappij aangaat, volkomen te overwinnen. Ten zesde mag hieraan nog toegevoegd worden, dat de zonde zoo groot is, dat God haar, eer Hij ze ongestraft liet blijven, aan zijnen lieven Zoon Jezus Christus met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft heeft. Indien de rechtvaardigheid op eene andere wijze ware te verkrijgen geweest, zou Christus te vergeefs gestorven zijn, Gal. 2:21, 3:21, Hebr. 2:10. Om alles saam te vatten, vleeschwording en voldoening zijn daartoe geschied, dat God weer als God door zijne schepselen zou worden erkend en geëerd. Zonde was miskenning van God en van al zijne deugden, heenwending tot en aanbidding van het creatuur. Maar in Christus heeft God zichzelf weer geopenbaard, zijne souvereiniteit hersteld, al zijne deugden gerechtvaardigd, zijn naam verheerlijkt, zijne Godheid gehandhaafd. Het was God, ook in het werk der verlossing, allereerst om zichzelven, om zijn eigen glorie te doen J).

385. De Socinianen en hunne geestverwanten echter hebben deze noodzakelijkheid der voldoening zeer ernstig bestreden; hunne argumenten komen alle hierop neer, dat recht en genade, voldoening en vergeving, en dus verder ook "Wet en Evangelie, Oud en Nieuw Testament, schepping en herschepping enz., met elkander in strijd zijn en elkander uitsluiten. De Christelijke religie is n.1. volgens hen de absoluut geestelijke en zedelijke religie, van alle natuurlijke en zinnelijke elementen bevrijd. God is niet te denken als Rechter, maar als Vader; straffende gerechtigheid, heiligheid, haat, toorn tegen de zonde zijn geen deugden in God, maar alleen de liefde is eene beschrijving van Zijn wezen. De O. T. religie stond nog op

]) Voetius, Disp. I 372. II 238 v. Mastricht, Theol. V 18, 34. Turretinus, Theol2 El. XIV 1 v. Id., de satisf. Christi, disp. 1 en 2. Heidegger, Corpus Theol. XIX. 80 v. Heppe, Dogm. bl. 341. Ebrard, Dogm. § 427. Martensen, Christi. Ethik II 155 v. Dorner, Chr. Gl. II 614. Hodge, Syst. Theol, II 487. Arch. Alex. Hodge, The atonement bl. 48. Shedd, Dogm. Theol. I 378. Hugh Martin, The atonement bl. 172.

Sluiten