Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op als de prediker en stichter van het koninkrijk G-ods; dat koninkrijk sluit de weldaden in zich van de liefde des Vaders, de vergeving der zonden, de gerechtigheid en het eeuwige leven; en Jezus schrijft zichzelf als Messias de macht toe, om al die weldaden aan de zijnen te schenken. Gelijk Hij macht heeft, om de kranken te genezen, zoo heeft Hij ook de bevoegdheid, om de zonden te vergeven; door beide bewijst Hij zich, een volkomen Zaligmaker van zijn volk te zijn. Maar daarom is er ook geen ingang in dat koninkrijk en geene gemeenschap aan de weldaden, dan door geloof in zijnen naam. Hij zelf is het toch, die zijne ziel geeft tot een rantsoen voor velen, en die in den dood zijn lichaam breekt en zijn bloed vergiet, om het nieuwe verbond met al zijne zegeningen in te wijden en te bevestigen, Mt. 20 i 28, 26:28. In de Handelingen der Apostelen wordt de dood van Christus inzonderheid voorgesteld als eene schrikkelijke misdaad, die door de handen der onrechtvaardigen aan Christus is volbracht, maar die toch van eeuwigheid opgenomen was in den raad Gods, Hd. 2 : 23, 4 : 28, 5 : 30. Daarom heeft God Hem ook opgewekt, en Hem verheven tot Heere en Christus, tot Vorst en Zaligmaker, om in zijn naam aan Israël te geven bekeering en vergeving der zonden, Hd. 2 : 36, 4:12, 5 : 31.

Voor Paulus was de kruisdood van Christus oorspronkelijk de groote ergernis, maar toen het Gode behaagde, zijnen Zoon in hem te openbaren, toen werd dat kruis voor hem de kroon van Jezus1 Messiasschap, en het eenige middel der behoudenis. Want aan dat kruis werd Christus door God tot zonde gemaakt en tot een vloek voor ons, opdat wij nu in Hem zouden hebben wijsheid en gerechtigheid, heiligmaking en verlossing, zaligheid en eeuwig leven, Rom. 3:24, 1 Cor. 1: 30, 2 Cor. 5 : 21, Gal. 3 :13. De brief aan de Hebreen beschrijft Christus vooral als den volmaakten en eeuwigen hoogepriester, die niet alleen zelf door lijden geheiligd (voleindigd) is, 2:10, 5:9, maar door zijne ééne, volmaakte offerande ook de zonden van zijn volk heeft te niet gedaan, 7 : 27, 9 :26, 10:12, en thans nog voortdurend in den hemel als hoogepriester werkzaam, de reiniging, de heiliging en de volmaking der zijnen voortzet en voltooit, 7 :3, 25, 8:1, 9 :14, 10:12 v. Petrus teekent ons het lijden van Christus als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam; en in dat lijden heeft Hij niet alleen onze zonden gedragen en ons uit onze ijdele wandeling verlost, maar heeft Hij ons een voorbeeld nagelaten, opdat wij zijne voetstappen zouden navolgen, 1 Petr. 1:18 v., 2 : 21 v. En Johannes doet ons Christus kennen als het lam en de leeuw, als het leven

Sluiten