Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belijdenis, Hebr. 3:1. En zoo was zijn lijden niet alleen eene verzoening voor onze zonden, en een rantsoen voor onze verlossing; maar in zijn dood is de gemeente met Hem gekruisigd, en in zijne opstanding is zij zelve verrezen uit het graf. Christus was nimmer alleen, maar altijd stond Hij in gemeenschap met de menschheid, wier natuur Hij aangenomen had. Gelijk allen in Adam sterven, worden zij in Christus weder levend gemaakt, en geroepen, om zijn voorbeeld na te volgen. Al deze elementen, welke in de genoemde voorstellingen van Christus' dood eenzijdig op den voorgrond treden, zijn in de Schrift te vinden. Het komt er juist op aan, om ze geen van alle te verwaarloozen, maar ze alle saam te verbinden en de eenheid op te sporen, die er in de Schrift aan ten grondslag ligt. Zelfs worden zij alle bezield door het lofwaardig streven, om het lijden en sterven van Christus ten innigste met zijn persoon in verband te houden. Want deze waren inderdaad niet „Etwas Sachliches", dat van zijn persoon en leven kan losgemaakt, en op zichzelf gesteld kan worden. Christus' lijden en sterven was geen lot, maar eene daad; Hij had macht, om het leven af te leggen, gelijk Hij die had om, om het aan te nemen, Joh. 10:18; zijn dood was de voltooiing zijner gehoorzaamheid, Phil. 2 : 8.

889. Toch, al zijn de mystische en ethische voorstellingen van den dood van Christus op zichzelve niet onjuist, ze zijn toch zonder meer onvolledig en onvoldoende; ze zijn zelfs op den duur niet te handhaven, indien zij zich niet verbinden met eene andere gedachte, welke doorloopend in de Schriften aan den dood van Christus wordt vastgeknoopt, maar die stelselmatig door deze theorieën verwijderd en bestreden wordt. Immers, welke groote verscheidenheid zij onderling vertoonen, zij hebben toch alle dit gemeen, dat zij de objectieve voldoening in eene subjectieve verzoening trachten om te zetten en de substitutief-expiatorische opvatting van Christus' lijden vervangen door de solidaristisch-reparatorische. Christus heeft niet de schuld der zonde van ons overgenomen, noch in onze plaats hare straf gedragen; zijn dood werd niet door de gerechtigheid Gods geëischt en verwierf in eigenlijken zin die weldaden niet, welke ons thans uit genade, om Christus' wil, worden geschonken. Maar in zijn lijden en sterven, dat het noodzakelijk, historisch gevolg was van het leven van Hem, den heilige, te midden eener zondige wereld, bleef Hij Gode getrouw ten einde toe, en schiep Hij door zijn woord, zijn voorbeeld, zijn Geest, in het algemeen door den

Sluiten