Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zijn gebed niettegenstaande zijn dood, door God verhoord is. Hij bad dus niet, om van het sterven verschoond te blijven, maar om uit den dood gered en door den dood heen opgewekt en verheerlijkt te worden.

In eene andere plaats van dezen brief lezen wij dan ook, dat Christus juist gekomen is, om in zijn lijden en sterven Gods wil te volbrengen en door dien wil ons te heiligen, Hebr. 10:5—10. Dit werpt wederom licht op de woorden van Mt. 26:39—42, want de brief aan de Hebreën denkt in 5:7, zoo niet uitsluitend, dan toch voornamelijk aan Jezus' gebed in Gethsemané. Hier nu bidt Christus niet naar zijn wil, welken Hij immers juist aan dien des Vaders onderwerpt, maar naar de geneigdheid, welke der menschelijke natuur is geschapen, om eigen verderf te ontvlieden *). Als mensch ziet Hij tegen den dood als dood op, en bidt, dat deze drinkbeker van Hem voorbij moge gaan, maar Hij geeft zich tegelijk aan den raad en den wil des Vaders over. Zooals Hij in deze zelfde ure zijne discipelen vermaande tot waken en bidden, opdat zij niet in verzoeking mochten komen, want de geest is wel gewillig maar het vleesch is zwak, Mt. 26: 40, zoo bidt Hij zelf, proevende het bittere van den dood, dat God Hem sterken moge, om in zijn sterven Gods wil te doen, dat Gods wil niet maar aan Hem, doch ook met volle overgave door Hem geschieden moge. Hij bad, to die in the active service of His office, and not as the down- borne victim of death; to die as a Priest in death itself; His priestly action uninterrupted in death, yea, triumphing in death, an offerer as wel as a sufferer, an obedient official agent in the article of death itself 2). En hierin werd Hij juist verhoord. Ofschoon hij de Zoon was, zoo leerde Hij toch uit die dingen, welke Hij leed, de gehoorzaamheid, welke tot het volbrengen van des Vaders wil vereischt werd. De gezindheid en de wil, om te gehoorzamen, waren Christus van nature eigen, maar thans, in de ure der beproeving, moest Hij deze in de daad der gehoorzaamheid doen overgaan. Toen leerde Hij die gehoorzaamheid en werd er door voleindigd, Hebr. 5:8, 9; TT ij heiligde daardoor zichzelven voor ons, Joh. 17 :19 8).

1) Kantteekening bij de Statenvertaling. Verg. voorts Lombardus, Sent. III dist.

17. Thomas, S. Theol. III qu. 21 art. 4. De Moor, Disp. theol. de precibus Christi

Gethsemanitanis, Comm. IV 840—870.

2) H. Martin, The atonement bl. 93.

3) Het gebed van Jezus in Gethsemané staat niet opzichzelf. Deismann, in de

Beitrage zur Weiterentw. der Christi. Religion. München 190o bl. 95 103 heeft

Sluiten