Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opdat Hij juist zoo voor allen den dood in zijne bitterheid zou kunnen smaken, Hebr. 2 :9 x).

Deze dood van Christus staat, met zijne opstanding, in de prediking der apostelen aanstonds op den voorgrond. Jezus zelf had meermalen zijn lijden en sterven met de goederen van het koninkrijk der hemelen of de weldaden van het verbond der genade in verband gebracht, Mt. 16:21, 20:22, 28, 26:28, Joh. 10:11, 12 : 24, 13 :1 enz. De discipelen begrepen dit eerst niet, Mt. 16 : 22, Luk. 18 : 34, maar hebben het later na de opstanding leeren verstaan. En toen was van stonde aan de gekruiste en verheerlijkte Christus de inhoud van hun Evangelie. Daar moge rijke verscheidenheid zijn in de wijze, waarop zij de waarde van Christus' dood in het licht stellen, maar in die verscheidenheid heerscht er toch eene treffende eenheid. Reeds de oorspronkelijke gemeente schaarde zich om de belijdenis, dat Christus voor onze zonden gestorven was naar de Schriften; zum Sichersten, was wir wissen, gehort, das nach 1 Kor. 15: 3 schon die Urgemeinde den Tod Jesu in Beziehung zur S√ľnde gesetzt hat 2). En al de apostelen brengen den dood van Christus op eene of andere wijze met onze zonden in verband, en schrijven er deze objectieve, voor God geldende, beteekenis aan toe, dat daardoor de weldaden des genadeverbonds, vergeving en eeuwig leven, voor ons verworven zijn. Welken brief men ook opsla, men treft overal deze zelfde gedachte aan. Christus is tot zonde voor ons gemaakt en een vloek voor ons geworden, opdat wij in Hem rechtvaardigheid Gods zouden zijn, 2 Cor. 5:21, Gal. 3:13. Hij is eene verzoening voor onze zonden en heeft ons met zijn bloed Gode gekocht en van alle zonden gereinigd, 1 Joh. 1: 7, 2 : 2, Openb. 5:9, 7 : 14. Hij offerde zich eenmaal op voor de zonden des volks en bracht daardoor eene eeuwige verlossing teweeg, Hebr. 1:3, 2:17, 7:27, 9:12, 10:12. Hij droeg onze zonden, op het hout en verloste ons door zijn bloed, 1 Petr. 1:18, 2:24. Bij Jakobus treedt deze gedachte terug, maar toch heeft het geloof ook bij hem Jezus Christus tot voorwerp, die de heerlijkheid deelachtig is en als Rechter wederkomen zal, 2:1, 5:9, en bij Judas

*) Had Jesus enjoyed the consciousness, that God was with Him in that dread extremity, he would have been exempted from the most awful experience of the children of men, and his sympathy would have failed us precisely where it is most needed. And therefore the sense of the Fathers presence wae withhold from Him in that awful hour, David Smith in H'astings, Dict. of Christ. I 448.

2) Holtzmann, Neut. Theol. I 366. Stevens, The Theol. of the New Test. bl. 471.

Geref. Dogmatiek III. 90

Sluiten