Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elementen, die in de H. Schrift voorkomen en op zichzelve volkomen juist zijn. Maar zij maken deze los van den grondslag, waarop zij in de Schrift rusten en berooven ze dus ook zelve van hunne waarde en kracht. De eerstgenoemde acht het wezen der religie gelegen in de mystische eenheid van God en mensch. Deze is door de zonde verstoord, maar door Christus hersteld, en wel niet zoozeer door wat Hij doet als wel door wat Hij is, door zijn persoon meer dan door zijn werk, door zijne geboorte meer dan door zijn kruis ). Hoe die mystische eenheid van God en mensch nu door Christus hersteld is, is op dit standpunt moeilijk te zeggen. Hegel zeide, dat die eenheid objectief bestaat, maar door Christus het eerst duidelijk ingezien en uitgesproken is. Schleiermacher stelde het zoo voor, dat Christus, eerst ingaande in onze zondige gemeenschap, daarna ons opneemt in de gemeenschap van zijne heiligheid en zaligheid. De bemiddelingstheologie drukt zich dikwerf zoo uit, dat Christus een nieuw Godmenschelijk leven ons instort. Al deze wijzen van voorstelling zijn afkomstig uit het pantheïsme, en zijn zonder dit wijsgeerig stelsel eenvoudig onverstaanbaar. De moreele theorie gaat uit van de gedachte, dat God geene voldoening eischt, maar in zijne liefde ons Christus gaf, opdat deze door zijne leer, leven en sterven ons van Gods liefde verzekeren, ons in onze vijandige gezindheid veranderen en van de zonde afschrikken zou. h;n ook de gouvernementeele theorie van Grotius ziet in God den Rector mundi, die persoonlijk wel zou kunnen en willen vergeven, doch in het belang der wereldorde de zonde esemplair, tot een afschrik voor anderen, straffen moet.

Bij al deze theorieën nu kan men nog wel van Christus als Zone Gods, van zijn priesterschap en offerande blijven spreken, maar men spreekt dan in figuurlijken zin, gebruikt de woorden in ongewone beteekenis en geeft aanleiding tot misverstand 2). Immers is het duidelijk, dat in het pantheïsme en het deïsme voor den Christus der Schriiten geene plaats is. Het hoogepriesterschap van Christus verandert dan in een voorbeeld, de Christelijke religie in eene paedagogiek, en

ï) De nieuwere Engelsche theologie bedient zich daarom bij voorkeur van het woord atonement, in den zin van at-one-ment, making-at-one, en drmgt andere termen, propitiation, expiation, satisfaction, reconciliation mm of meer op den achtergrond. Hodge, Syst. Tfaeol. II 469. Orr, Christian View bi. 333.

*) Verg. bijv. Weiszacker, Das apost. Zeitalter- bl. 138. Biedermann, Chr. Dogm. f 829. Pfleiderer, Grundriss bl. 156. Sabatier, La doctrine de 1'expiation t. a. p. bl. 62 v. enz.

Sluiten