Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kerk in eene school. Gerechtigheid is dan geene deugd Gods, maar alleen in den staat op hare plaats en zonde geen schuld en straf geen rechtsherstel. De mensch is niet zoo boos, of hij kan door een zedelijk voorbeeld, door een schok of een indruk, ten goede veranderd worden 1). De objectieve voldoening wordt alzoo omgezet in de subjectieve verzoening; de eigenlijke, ware verzoening heeft dan eerst plaats, als de mensch het voorbeeld van Jezus volgt en zichzelven verandert. De geloovigen onder het O. T. hadden het voorbeeld van Jezus nog niet, zijn dus öf allen verloren öf op eene andere wijze zalig geworden dan wij, en Christus is niet de eenige naam, onder den hemel den menschen ter zaliging gegeven. Bovenal blijft bij al de genoemde theorieën het verband onverklaard, dat de Schrift legt tusschen den dood van Christus en de vergeving onzer zonden en het eeuwige leven. Het is niet in te zien, hoe de dood van Christus als een voorbeeld van deze weldaden de grond kan zijn, waarom God ons om Christus' wil de zonden vergeeft en het leven schenkt. Feitelijk komt alles hierop neer, dat Christus door zijn beeld een diepen indruk maakt op het verstand of op den wil of ook op het gevoel van den mensch, en zoo hem bevrijdt van de meening, dat God om zijne zonde op hem toornt, of van de zelfzucht, die hem gebonden houdt, of van het gevoel van onzaligheid, dat hem neerdrukt. Maar in geen dezer gevallen wordt aan den mensch ware vrede en rust geschonken. Want het geweten wordt daardoor niet gereinigd en het schuldgevoel daardoor niet weggenomen. Vrede is er alleen in het bloed des kruises !

389. Deze leer der Schrift over het verband tusschen Christus' dood en onze verlossing komt dan alleen tot haar recht, wanneer zijne gansche, volmaakte gehoorzaamheid als eene satisfactio vicaria opgevat wordt. Anselmus was de eerste, die duidelijk en beslist het sterven van Christus als eene satisfactio opvatte, en die dit woord waarschijnlijk uit de leer der boete overnam, waar het reeds sedert de dagen van Teitullianus gebruikelijk was. Maar toch heeft hij zakelijk daarmede niets nieuws geleerd, want reeds lang te voren werd in de theologie de dood van Christus als het van God verordende middel beschouwd, waardoor de zaligheid voor ons verworven was. Zijne satisfactieleer was geene mit Hilfe der germanisch-rechtlichen Anschauungen von ihm neu gebildete Theorie,

') Verg. Ch. Hodge, Syst. Theol. II 566 v. A. A. Hodge, The atonement, ch. 21.

Sluiten